Een zoektocht naar meer

Zoektocht naar het verdwenen klooster.

En wat was het zoeken.

Zaterdag 7 mei was hij er weer, de zoektocht naar het verdwenen klooster. Ben jij niet geweest, dan heb je wel wat gemist.

Rustig stond ik in de zon. Treinen raasden voorbij, andere stopte voor de reizigers.

Ik wachtte op deelnemers aan de excursie van deze middag. Er arriveerden in totaal 6 gezellige mensen, twee jonge dames en vier volwassenen. En ze hadden er zin in. Maar dat was niet zo vreemd, het was immers een stralende dag. Echt één om in het bos verkoeling te zoeken. En dat was nu net waar we naar toe gingen.

Diep in het bos van de dansende bomen, ligt een groot gat. Het is het Solsegat. Nog net in de gemeente Putten. Over het Solsegat bestaat een spannend verhaal. Een sage zoals dat heet.

Maar voor we daar aan kwamen, werd er eerst verteld hoeveel een boom op ons lijkt. Nou, dat was wel heel erg raar. Hoe kan een gids nu vertellen dat een boom op een mens of een mens op een boom lijkt. Maar toch is dat zo. Het is een wonder hoeveel overeenkomsten wij met elkaar hebben.

Ik stelde een ieder van de groep een vraag. Natuurlijk was ik vergeten welke vraag ik aan wie gesteld had, maar dat was niet erg. Ik vertelde over de zorg van de volwassen bomen aan hun nageslacht. Ik vertelde over de samenwerking van de bomen met ander leven in het grote woud. Ik vertelde ook dat bomen elkaar het licht in de ogen, oeps, dat kon natuurlijk niet, want bomen hebben natuurlijk geen ogen, maar toch gunnen ze elkaar vaak het licht niet. En ik vertelde dat bomen elkaar ook kunnen wurgen. En natuurlijk waarom hij nog meer zo op ons lijkt.

(Als jij/u daar meer van wil weten, ga dan eens mee met een gidstocht.)

Eenmaal veel over de boom vertelt, wandelden we rustig verder. In het bos was/is veel meer waar te nemen van wat ik verteld heb. Ik plukte jonge bladeren van een beuk en gaf aan een ieder het verse blad. Dan moet je eigenlijk een camera bij je hebben, want de gezichten spreken vaak boekdelen. Maar toch, er werd geproefd. Ja, eigenlijk lijkt het ook heel vreemd als je ineens bladeren van de bomen gaat eten, maar toch is het lekker hoor.

(Als jij een blad wilt proeven, neem dan slechts een enkel blad en proef die, trek niet een hele tak leeg, maar slechts een enkel blad)

Natuurlijk bestaat het bos niet alleen uit bomen, nee, er zijn ook wilde dieren. Natuurlijk geen beren en leeuwen, maar wel wilde zwijnen, edelherten en nog veel meer dieren. En er zijn allerlei planten. Soms zie je ze niet, maar ze zijn er wel hoor. En wat te denken van al die paddenstoelen die nu nog verscholen in de grond zitten. Ze hebben zich verscholen? Vaak denken mensen dat er alleen in de herfst paddenstoelen te bewonderen zijn, maar niets is minder waar. Het hele jaar door kun je van paddenstoelen genieten. Dat zagen ook wij. Hoog aan een oude dode stam hingen paddenstoelen. Even met de verrekijker gekeken om te zien met welk soort we hier te maken hadden. Door de zon was het moeilijk te zien, maar het leek een labyrintzwam, een doolhofzwam. Dat is een paddenstoel die aan de onderzijde allemaal gleuven heeft die lijken op een labyrint. Ook op de dode boomstammen op de grond zaten zwammen, dat waren tonderzwammen. Vroeger werden die gebruikt om er vuur mee te maken. Toen werd deze nog tondelzwam genoemd, denk aan tondeldoos.

Tussen de bladeren zag ik een kleine natte plek. Toen ik erheen liep vond ik, verscholen tussen de modder en het blad, klein wild. Nee, geen jong zwijntje, het was een mestkever. Heerlijk zat hij verstopt in de vochtige grond, in een kuil die ontstaan was door een poot van een zwijn. Die had daar natuurlijk een bad genomen. Even verder stond een hulst, ook daar had ik vragen over. (Nee, ik ga ze niet verklappen, misschien toch een keer mee op pad.)Na het antwoord was er toch enige verwondering te bespeuren. Hoe is dit alles toch mogelijk. Eén van de meisjes vond ’t toch wel jammer dat bomen niet kunnen praten. Ja, wel jammer, maar stel je toch eens voor dat alle bomen begonnen te praten, wat zou het dan onrustig in het bos zijn. Nee, ze kunnen niet praten, maar ze werken wel samen. Dat is al heel bijzonder.

Langs de lange, droge zandweg stonden kleine bosbessenstruiken. Kleine rode bloemen kleurden tussen de lichtgroene bladeren. Nog even, dan worden dit mooie bosbessen, donkerblauw.

 

 

 

Langzaam naderden we het Solsegat. In de verte zagen we een tafel. Wat zou daar op staan? Geen idee. Maar eerst vertelde ik het verhaal van het klooster dat eens………

Plotseling ging de zon verscholen achter een grote wolk. Zou dat kunnen betekenen dat er iets gaat gebeuren? Ik werd wel een beetje bang. Maar de jonge dames niet hoor, want pappa had al eens he verhaal verteld.

Maar toen……

 

Wacht eens even? 

Wat was dat? Wat hoorden wij toch voor een jammerende geluiden? Wat keken we op toen daar zomaar ineens twee monniken uit het bos kwamen lopen. Wat zeiden ze toch? Hoorden we het goed dat de grote monnik vroeg of wij hem wilde volgen? Maar nee, dat durfden we niet. Stel je toch eens voor. Moesten wij nou mee achter hen aan, het klooster in? Brrrrr, nee, echt niet. Een passerende mountainbiker kreeg de schrik van zijn leven. Op zijn smalle pad, zomaar twee monniken. Er maar hard van door fietsen moet hij gedacht hebben. De monniken liepen in tegengestelde richting van ons, aan de andere kant van het gat. Gelukkig maar. Anders waren we zo het bos uitgerend. 

 

(Paardenbloemkoekjes, brandnetel-pesto en zelfgebakken broden.)

Toen we bij de tafel aankwamen, stonden er allerlei heerlijke hapjes en drankjes klaar. Nee, niet van die monniken, die hadden hun eigen eten. Nee, de hapjes en drankjes waren gemaakt van planten die daar bij het Solsegat groeiden. Nou, het was wel even smullen hoor. En de drankjes waren natuurlijk extra welkom, want het was best warm onder de grote beuken. 

De deelnemers stonden rondom de tafel met heerlijkheden. 

 

 

 

 

 

 

 

Er waren ook dieren uit het bos te zien. Er werd over verteld en daar werden foto’s van gemaakt. Alles was leerzaam voor een ieder.

Toen we alles bewonderd hadden, werd er rustig terug gewandeld. Er was veel verteld, dus dit was mooi om er nog vragen over te stellen. En dat gebeurden natuurlijk ook.

Het was een gezellige middag. En we mogen spreken van weer een geslaagde zoektocht.

Bent u, ben jij nieuwsgierig geworden? Ga dan eens mee met deze of met een andere gidstocht. Er is altijd wat te beleven.

Uw gids, Gerrie van den Brink.             

Geen tien maar dertig

Schrik, slik.

 

Donderdagmiddag, het regent. Er staat in mijn agenda een afspraak vermeld. Van 14.00 uur tot 16.00 uur, gidsen met kinderen van de BSO. Graag met een activiteit.. Ik heb de opdracht gekregen en het zou om dezelfde groep kinderen gaan als het vorige jaar. Geen probleem. Ik heb mij voorbereid op een groep kinderen, of liever, jonge lui, in de leeftijd van 15, 16 jaar. Want dat was de groep van vorig jaar. Toen waren het er 5. Ik dacht, laat ik even bellen, want voor het zelfde geld zijn het er 10. 

Ring, ring.........

Stem: "Met Linda".Gids: "Ja, je spreekt met jullie gids voor vanmiddag. Ik heb even een vraag, in verband met de voorbereidingen voor vanmiddag. Met hoeveel kinderen komen jullie"?

Stem: "Wij komen met 30 kinderen en 8 volwassenen".

Oeps, slik, schrik.

 

Gids: "30"?

Stem: "Ja, wat had u dan gedacht"?

Gids: "Een stuk of 10 tot 15 jonge mensen".

Stem: "Nee, ik heb het nog doorgegeven". 

 

Daar sta je dan, voorbereid tot een aantal van 15 jonge mensen. Niets door gekregen van de leeftijd. 

 

Gids: "Over welke leeftijd hebben wij het"? 

Stem: "4 en 5 jarige". 

Gids: "O.k. Ik weet voldoende. Dank u wel en tot vanmiddag". 

Stem: "Tot vanmiddag". 

 

Dat is even schrikken. Wat nu? Ik heb te weinig meegenomen om een aantal van 30 kindertjes bezig te houden. Ik ga even een half uurtje liggen, dan bedenk ik wel even wat. 

Zo gezegd, zo gedaan. 

 

In de bus is het stil, totdat er 2 auto's arriveren. Honden worden uitgeladen en op het speelveld wordt gespeeld. Niet door kinderen, nee, door 2 prachtig spelende honden. Ik doe mijn ogen dicht en val in slaap. Een geluk dat ik mijn wekkertje heb gezet, want anders had ik er nu nog geslapen. 

Als ik wakker ben, heb ik nog niets bedacht. Nee, geen wonder, de luikjes zaten dicht. Eenmaal buiten, neem ik plastic tasjes mee. Daar kan ik mosjes en bladeren in doen. Aan de bosbessen struiken hangen hele slierten mos. Ik pluk er een aantal leeg en doe het in de tas. Daarna raap ik bladeren van de grond. Deze gaan in de andere tas. Dan loop ik weer terug naar de bus. Heb ik lege water flesjes? Ja, ik vind er een aantal, maar niet genoeg. Zoeken maar ik vind er niet meer dan 10. Gelukkig nog 10. Weer een idee, ik snij de flesjes in zoveel delen, dat ik er in totaal 30 heb. Deze vul ik met bladeren en mos. Zo, dat is dat. Een voorbereiding is gelukt. Dan ga ik 30 bekertjes vullen met chocolademelk. Allen voorzien van een groen rietje. En natuurlijk een lekkere plak koek. Nog even de blaadjes met de vraag en weet dingetjes verdelen over de groepen. Ik ben van plan om de groep op te splitsen, zodat ieder kind onder een volwassen persoon staat. 

 

Het is bijna 2 uur. De telefoon gaat. Waar moeten we zijn? Ik zeg dat ik midden op de weg zal gaan zwaaien. Dat kunnen zij zien, want eigenlijk zijn ze er al bijna. 

De auto's en busjes worden geparkeerd en rustig stappen alle kindertjes uit. Wat een kleintjes nog. Het wordt een nieuwe uitdaging. De flesjes met het mos laat ik in de bus. De chocolademelk en koek staan op de tafel. Een ieder drinkt de beker leeg. En de koek wordt heerlijk opgesnoept. Ondertussen krijgen de juffen een plastic zak en de vraag en weet dingetjes aangereikt. In de zak kunnen de kinderen van alles verzamelen.

Dan word door de leiding de groepjes ingedeeld. Gelukkig hoef ik dat niet te doen. Als we zover zijn, willen de kinderen wel snel vooruit rennen, maar dat mag niet van de juf. 

 

Op het pad in het bos vinden de kinderen veel dingen die ze wel kunnen gebruiken. Dat is mooi, want dan kunnen ze dat in hun bakjes doen. Bosbessen takjes, bladeren, een vossenbes, dennenappels, van alles is er. Ondertussen lopen we een kleine ronde. Niet te ver, want de kindertjes moeten het wel volhouden. Tijdens de wandeling vraag ik dingetjes van de lijst. Ik laat ze bijzondere dingen zien, vertel ze dat ze niet aan takken mogen trekken. Maar dat het voor sommige planten juist goed is als je er wat vanaf haalt. Vol belangstelling luisteren de kinderen. Van de vragenlijsten weten ze erg veel goede antwoorden. Knap hoor.  

 

Als we weer op het veld terug zijn gekomen, helpen de juffen me om de bakjes uit de bus te halen. Op verschillende tafels worden ze uitgestald. Van alles wordt er wat gebruikt. De één doet er een groot Amerikaans eikenblad in, de ander een dennenappel. Weer een ander een bosbessen takje. En als de bakjes klaar zijn, mogen ze die meenemen naar de BSO. Daar worden de bakjes versiert met een mooie tekening of een gekleurd vel papier. Dan mogen de bakjes mee naar huis en bij mamma op de tafel gezet worden. Misschien zijn er kinderen die het bakje op hun kamer hebben gezet. Ik weet het niet. 

 

Helaas heb ik voor de kinderen geen drinken meer, maar gelukkig heeft de juf wel pakjes drinken. Voordat ze terug gaan drinken ze de pakjes leeg. Als verrassing is er nog een koek bij. EN dan is het tijd om terug te gaan. Er wordt druk gezwaaid, tot de laatste auto. Langzaam verdwijnen ze uit mijn zicht. 

Ik mag spreken van een geslaagde middag. Een nieuwe uitdaging. Als gids zo'n activiteit met 30 kleine kinderen. Prachtig. 

En de kinderen? Wat zullen ze thuis hebben verteld? En wat zullen ze geslapen hebben. En zo is iedereen blij.

Gidsen met kinderen

Woensdag 28 mei 2014

Excursie voor schoolkinderen. 

Vandaag is een regenachtige dag, maar dat is niet erg. Het is een mooie dag om je bezig te houden met waterdiertjes. Wat leeft er allemaal in het water bij jou in de buurt? 

Samen met gids Jan en gids Marijke, hebben we kinderen van groep 5/6 enthousiast gemaakt over dit leven. 

De eerste groep was even voor 10 uur aanwezig. Samen met de kinderen zijn we naar een vijver achter wijkcentrum Corlaer gegaan. Na een korte opening van Jan, mochten de kinderen een schepnetje pakken. Ze mochten helemaal rond de vijver gaan scheppen. En dat vonden ze erg leuk, want al snel stoven de kinderen alle kanten uit. En ja, zelfs de goede kant. Water en kinderen. 

Al snel kwam de eerste met zijn schepnet vol....... nee, geen dieren, maar modder en blad. Toch, er zat een diertje in, een waterpissebed. Nou, dat hadden de kinderen nog nooit van gehoord. Het volgende kind had een waterwants en weer een ander een poelslak. Zelfs kikkervisjes werden gevonden. En wat nou zo mooi was, die kikkervisjes hadden al achterpootjes. Naast larven van de libel en de juffer, waren er bootsmannetjes en veel, heel veel waterpissebedden. 

De eerste groep kinderen vond het niet zo fijn om deze kleine diertjes op hun hand te houden. De tweede groep vond dit juist prachtig. Zo mooi, zo teer, een kinderhand met zo'n klein teer diertje. Wat is er mooier dan dit te mogen delen. 

Met een regenjas, regenlaarzen of een paraplu. Als je een kind een schepnetje geeft, zie je helemaal zoals een kind kan zijn. 

Ik heb ervan genoten, de andere gidsen ook. En de kinderen? Die hebben weer heel veel op school en thuis te vertellen. 

We mogen spreken van een geslaagde dag. 

Gidstocht met een lach en een traan

Gidsen met verdriet en blijdschap

 

Rare titel, is het niet? Maar toch is het waar. Het is op een dinsdagavond in maart 2015.

Aangekomen op de locatie in Elspeet, worden de mensen buiten verzameld en vervolgens in twee groepen verdeeld. Als eerste vertrek ik met een groep. Geen idee hoeveel, maar wel dat het een gezellige groep is.

Vanuit de ingang gaan we direct rechtsaf, het zandpad op.

Aan onze linkerhand zien we een gemengd bos. We vinden er o.a. douglasspar. De boom komt uit de dennenfamilie en komt van nature voor in het westen van noord Amerika. De boom is voornamelijk hierheen gehaald voor het hout. Bereikt hij in Amerika een hoogte van 100 meter, in Nederland wordt hij gemiddeld niet hoger dan 50 meter. Ondanks zijn naam spar, heeft hij maar weinig verwantschap met sparren. Hij is vooral te onderscheiden aan zijn kegels.

Als ik zeg Lork, waar denkt u dan aan?

Lork staat voor lariks. Hij komt uit het geslacht coniferen. Het is de enige naaldboom in west Europa die zijn naalden in de winter verliest. De boom wordt tussen 15 en 30 meter hoog. In het voorjaar komen er lichtgroene naaldachtige bladeren aan de boom. Aan de lariks komen in het voorjaar kleine rood/rose bloemetjes, die doorgroeien tot larikskegeltjes.  

We slaan het eerste pad rechts in.

Daar treffen we een diepe kuil. Deze kuilen zijn ontstaan na de laatste ijstijd, ongeveer 12000 jaar geleden. Nadat het ijs zich teruggetrokken had, bleven er grote stukken ijs achter.  Dan wordt dat toch een plas of een meer? Nee, Zo warm was het nog niet. De stukken ijs lagen in dalen, die ontstaan waren door het oprukkende ijs. De stukken die achtergebleven waren, werden in de loop der eeuwen met zand en leem bedekt. Toen het ijs uiteindelijk toch ging smelten zakte op die plaatsen de bodem in en ontstonden er grote kuilen. Zoals het Solse Gat, in Putten. Zo’n kuil vinden we ook in het Elspeterbosch.

We passeren een stuk met veel bosbessen en vossenbessen. Beide zijn eetbaar. Voor de vossenbes geld wel dat, als de vorst erover heen komt de smaak beter wordt. De kuil aan onze rechterhand is ontstaan in de voorlaatste ijstijd. Beter bekend als Pleistoceen.

Bosbessen, een takje van de bosbes maakt van je boeket bloemen iets speciaals.

Einde pad links af.

We komen op een open stuk met heide. Hier groeien twee soorten heide. Struik en dopheide. De heide wordt overwoekerd door het pijpenstrootje. Het pijpenstrootje ank zijn naam aan de taak die het gras heeft gehad. Het pijpenstrootje werd vroeger gebruikt om langere pijpen schoon te maken. Door de grassen in elkaar e draaien, kreeg men een lange streng en zo ragde men de pijpen schoon van roet. De heide zier er kaal uit. Dit komt omdat een klein kevertje, het heidehaantje, de heide kaal vreet. De heide lijkt dood, maar is dat niet. Het glooiende landschap hier komt eveneens van de voorlaatste ijstijd.

 

Op een y splitsing houden wij links aan.

Het pad loopt schuin omhoog. De wortels van de bomen zorgen voor een trap, waar een door water uitgesleten geul doorklieft het pad. 

Aan het einde van dit pad slaan we links af en volgen een streekpad, dat is een wandelroute. Deze route is het Veluwe Zwerfpad.

We lopen langs een raster. Daarachter bevind zich Kroondomein Het Loo.

We slaan het eerste pad links in, en vervolgen het streekpad.

Einde pad verlaten we het streekpad door linksaf te slaan.

Na een klein stukje lopen krijgen we aan onze rechterhand een oude halfronde eikenwal te zien. Eikenwallen zijn overblijfsels van een ver verleden. Boeren die op een nieuw stuk grond een eigen bestand gingen opbouwen, groeven aan de buitenzijde een gleuf en wierpen het zand op een rand, een wal. Hier werden eiken, maar ook meidoorns e.d. aangeplant. Dit deed men om wilde dieren en rovers buiten te houden.

Op een kruising van paden slaan we linksaf. Dit is het pad terug naar Mennerode.

Dit gebied heeft de naam Elspeterbos. Dit gebied was voor de Elspeters van groot belang. Men sprokkelde hout, plukte bosbessen, men stroopte wild, hout voor timmerhout, alles voor een beetje extra inkomen. Dit gebied was eigendom van de inwoners van Elspeet, waarvan 25% aan aandelen in handen was van de Hervormde kerk. 1903 kwam de vraag bij de kerkenraad binnen om het gebied aan de Prins der Nederlanden te verkopen. De kerk voelde daar niets voor. Men was bang dat het gebied omrasterd werd en net als het Kroondomein voor lange tijd zou worden afgesloten. 1906 wordt bekend dat Koningin Wilhelmina dit gebied wil kopen. De kerk hield dit wederom tegen. Jhr. Sandberg heeft geprobeerd om de kerk via rechterlijk bevel buiten te sluiten. Dit is niet gelukt. Drie november 1916 wordt het gebied dan toch verkocht. Aan wel de heer van Beuningen. Deze is van grote betekenis geweest voor het gebied.

Dan gaan we door het hekje terug naar de startplaats. 

 

Nu heeft u het hele verhaal gelezen. Maar waarom is het nou een gidstocht met een lach en een traan?

Nou, het gaat niet zozeer om de tocht, maar wel om haar deelnemers. Deze mensen zijn allen vrijwilligers. Maar ik noem het een roeping. Diep respect. Ja, zegt u, vertel het nou maar! Deze mensen zijn allen vrijwilligers bij een hospice en voor begeleiding bij thuis sterven. Er waren verhalen, belevenissen. Oude mensen die men begeleid heeft, maar ook zeer jonge mensen. Soms hadden deze net een baby gekregen. Dat wordt je stil......................................................

Als ik met mensen o pad ben, vertel ik altijd iets wat uit de natuur, wat bij de groep past. Ditmaal was het over leven en overleven, maar ook sterven. Want zoveel verschilt de natuur niet met de mensheid. Als wij van een boom of plant een tak afgebroken zien liggen, is het u vast wel eens pgevallen dat de afgerukte tak zelf bladeren opzet. Dit is niet zomaar, de boom of plant wil overleven. Het blad zal mooi blijven totdat het sap uit haar aderen is verdwenen. De boom of plant wil niet dood. Zien we dat bij mensen ook niet vaak terug? Tot het laatste toe wil de natuur, de mens in leven blijven. Daarom is het zo bijzonder dat men met elkaar spreekt over de dingen van de mens, maar ook van de natuur. Want zo kunnen we van elkaar leren. En wie weet leren we de natuur om ons heen iets beter begrijpen. 

Neem dit mee in uw gedachten.

Omschrijf eens hoe jij dit verhaal beleeft, dat kan in het gastenboek. Je kunt ook een mailen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Gidstocht met fotografen

Gidsen voor fotografen

 

Toen kwam een vraag aan mij.

Zou jij willen gidsen?

Natuurlijk wil ik dat.

 

Als ik gevraagd wordt om voor iemand te gidsen, doe ik dat met liefde. Want wat is er mooier dan samen van de dingen te genieten die je in de natuur tegenkomt. Dus op de vraag of ik zou willen gidsen is het antwoord eigenlijk al gegeven. Maar toen kwam de vraag: Het is voor 10 fotografen.

O, aangezien ik mooie foto’s maak, werd erbij gezegd. Ik ben geen fotograaf, maar door de ogen van een gids kijk je tevens door de ogen van een fotograaf. Hoezo? Je kijkt naar de mooie dingen om je heen. Het kan van alles zijn. Een gebouw, een bloem of dier, alles is bijzonder te noemen. Het verschil is echter, je gaat op pad met een toestel, een camera en legt de beelden vast. Niet te min, ik neem de gidstocht aan.  De afgesproken plaats is kasteel Staverden.

 

Zaterdagmorgen, kwart over tien. De eerste auto’s komen de parkeerplaats oprijden, echter, dit was een andere fotoclub. Maar even later komen er opnieuw auto’s aanrijden. Dit zijn de mannen en vrouw met wie ik afgesproken heb. Een verrassing is dat Yvonne ook aanwezig is, zij het dat ze elders in het park loopt. Maar na een kort telefoontje komt ze naar de afgesproken plek. Waar zouden we zijn zonder de………………

 

Omdat we afgesproken hadden dat er aan het begin van de tocht een kopje koffie zou zijn  en de brasserie nog gesloten is, lijkt het mij wel goed om de mensen van een kopje Gerrie koffie te voorzien. Helaas, geen koekje erbij.

 

Dan gaan we op pad. Het is een vochtige ochtend, dat wil zeggen, een wat miezerig weertje. Allereerst ga ik langs de witte pauwen. Maar omdat het motregent, denken deze prachtige dieren ook: Jullie bekijken het maar, mij te nat.

Ondertussen vertel ik de mensen wat over de planten en bloemen, maar zie, ook zij hebben een hekel aan de regen. Alle bloesems zijn vrijwel gesloten. Maar de krullende toppen van de varens zijn een plaatje voor de camera’s. Overal liggen/zitten/staan de fotografen. Langzaam lopen we (verspreid) verder. Langs een laag gelegen beekje zien we wonderbaarlijk mooie wortelvorming, die de bomen ontwikkeld hebben om zichzelf goed vast te kunnen houden op de steile wand van de beek en het hoger gelegen weiland. Helaas dat het zo bewolkt is, waardoor de glans van het water tegen het wortelstelsel niet zichtbaar is. Niet te min valt er voldoende te vertellen.

 

Rond elf uur arriveren we bij de brasserie, waar we getrakteerd worden o een heerlijke kop koffie met appelgebak. Nou, dat heeft ons heerlijk gesmaakt.

Na de koffie kon het gezelschap rondkijken op het oude kerkhof, het kerkje en de duiventil.

Het kleine huisje aan de overzijde werd bewonderd. Terug bij het kasteel was het prachtig vertoeven in de kasteeltuin. Maar ook bij het watermolen, die ooit als korenmolen in gebruik was en de verschillende hoogtes van waterlopen. Na ongeveer twee uurtjes zit de gidsronde er op en gaan we langzaam terug naar de auto’s.  

 

Wij nemen afscheid van de fotograven. Maar leest u nog even de mooie verhalen van Staverden.

 

Staverden is de kleinste stad van Nederland. Men leer op vele plaatsen dat het Bronkhorst is, maar daar wonen meer mensen als in Staverden. Daar wonen zo rond de dertig mensen. Staverden ken geen kern. Dat wil zeggen, naast het kasteel, het kapelletje en enkele woningen, is er geen kroeg of winkel. Staverden kreeg in 1298 stadsrechten. Op basis van een vergunning werd deze afgegeven door Koning Rudolf de lV van Habsburg. Dat was de koning van Duitsland. Oorspronkelijk was Rudolf een Zwabische graaf. Een deel van het tegenwoordige Oostenrijk. Graaf Reinoud van Gelre, geboren in Montfort, ook wel bekend als Reinoud de strijdbare, had de ambitie om van Staverden een stad te maken. Helaas kwam het niet verder dan het Kasteel en enkele bijgebouwen. Wel had Staverden een stadsmuur. Deze is helaas niet meer aanwezig. Er is veel twijfel geweest onder de Bronkhorsters, maar uit oude stukken is gebleken dat Staverden werkelijk de kleinste stad van Nederland is. En dat ze daar trots op zijn, zeker weten. Het staat zelfs op de borden als je Staverden binnen komt rijden. Het kleinste stadje, en zelfs de kleinste stad van de Benelux, Staverden, wat niet meer is dan een buurtschap, is al ruim zevenhonderd jaar oud.

Daarnaast staat Staverden bekend om haar witte pauwen. Een ander symbool wat bekendheid geeft aan deze plaats. De witte pauwen. In 1323 werd Reinald de II tot ridder geslagen. Toen is er voor het eerst een zegel geslagen met een afbeelding van een pauwenveer. Maar ook op zijn helm pronkte een witte veer. En ook op de mutsen van de hertogen werd eeuwenlang het teken van de pauwenveren gedragen.

Dan hebben we nog de legende van Leonora van Barchem, die op het kasteel gestorven is aan liefdesverdriet. Als het donker is geworden, zou haar geest zou daar nu nog rondzwerven. Dan hoor je door het kabbelen van het water in de beekjes haar huilende stem weerklinken. Niet te min, alle rede om deze plek eens met een bezoekje te vereren.

 

Gidstocht met KERST

Gids tocht vanuit het Hotel Oranje oord, te Hoog Soeren.

Was ik deze ochtend nog in Garderen, nu ben ik gearriveerd in Hoog Soeren, een klein plaatsje in de omgeving van Apeldoorn. Inmiddels is de hemel stralend blauw. De zon schijnt over het bevroren landschap.

Ik meld mij aan de balie in het hotel. Een aller aardigste dame begroet mij en een gesprekje volgt. Ik ben vroeg, dus het wordt even wachten.

Ook hier weer een heerlijke kop koffie, dank jullie wel.

In de tussentijd wordt mijn wachttijd heerlijk opgevuld met spelende kinderen. Trap op, trap af, en een plezier hebben ze. Ze spelen verstoppertje.

 

Als ik de koffie op heb, komen de eerste deelnemers in de hal aan. Omdat er nog enkele mensen worden gemist, wachten we tot 14.05 uur. Maar dan gaan we ook weg, het is immers al vroeg donker.

Het eerste stukje gaat over de asfaltweg voor het hotel. Op de eerste zandweg heb ik mijn bus geparkeerd, daar stoppen we ook even, want ik heb het hertengewei in mijn bus liggen en wil de mensen ook nu met dit geduchte wapen laten kennis maken.

Alom verwondering. Een meneer vraagt of ik ook jonge zwijntjes bij me heb. Maar die heb ik thuis. Je kunt niet alles meenemen op een gids tocht.

 

Als we even lopen, komen we langs een zusterhuis. Deze huize werden gebruikt door, je raad het al, zusters. Deze verzorgden oude en zieken, deden het kraamwerk, Brachten mensen hygiëne bij. Ook waren ze verantwoordelijk voor het verenigingswerk in de gehuchten. In het Kroondomein, want daar ligt Hoog Soeren aan de rand, zijn nog enkele van deze zusterhuizen. Deze dienstverlening is door Koningin Wilhelmina zelf ingesteld. Even verder staat nog een heel oud elektriciteit huisje, En net zoals het zusterhuis, beide een monumentaal pand.

Na een stukje wandelen, komen we uit op de Brink, waar de 3 wegen nog duidelijk zichtbaar zijn. Rond het dorpje zijn ook maar 3 wegen die een naam dragen. De rest heeft Hoog Soeren en dan een nummer. Aan deze Brink staat een kapelletje, van de Protestantse kerk. Nog altijd in gebruik. We passeren Paula in haar kamerjas, een prachtig beeld. Een korte vertelling en wat fantasie brengt ons in de richting van het bos. Van het ijshaar van deze ochtend is niets meer te zien. Wel zien we hoe beuken in elkaar zijn gegroeid. Als ik vertel dat de beuken dit alleen kunnen als ze het zelfde DNA bevatten, kijkt men mij vreemd aan. Ja, ook bomen kennen een DNA. En ook laat ik de mensen zien dat een beuk, op het einde van zijn leven, al half afgekapt, nog probeert om te overleven. Ook dit is hetzelfde als bij ons mensen. En ook zien we een wurgwortel. Deze wordt gebruikt als, even platweg gezegd, bomen elkaar niet moeten. Dan maakt de boom een wortel aan, krult deze om zijn tegenstander en wurgt hem langzaam. Natuurlijk duurt zo’n proces jaren en jaren. Bij ons mensen is het slechts een kwestie van tijd.

Helemaal onder de indruk vervolgen wij onze weg en komen langs een oude aarden wal. Hier is heel duidelijk te zien dat men aan de buitenzijde van de wal een gleuf groef, zodat de hoogte van buiten af hoger was. Daarop planten men doornstruiken als de meidoorn en eiken. Op de Veluwe zijn nog veel van deze oude wallen terug te vinden.

We wandelen door een naaldbos, waar ik de mensen laat raden welke naaldboom zijn naalden verliest en welke loofboom haar blad behoud. En hier gaat het over inlandse bomen. (weet jij welke bomen hier bedoeld worden?) Een korte ronde, waar we verschillende soorten mos vinden. Mooi is het om de mensen te laten zien wat het mannetje en wat het vrouwtje is. Bij sommige kun je dat als leek zelfs zien.

Als we aan het einde van deze bosronde komen, gaan we door het klaphek en komen in de bewoonde wereld terug. En met bewoonde wereld wordt hier niet de nieuwbouw bedoeld. Hier staan diverse grote huizen. De één nog mooier dan de ander. Sommige zijn al heel oud. De eerste is “De rode pan”. Pan is een bosgod,(Pan (OudgrieksΠαΎ¶ν) of Faunus (Latijn) is een figuur uit de Griekse mythologie. Hij is een zoon van Hermes en de nimf Penelope. Pan is de god van het woud en patroon van de herders en hun kudden. Verder is hij de god van het vee en het dierlijk instinct. Pan heeft het onderlijf en de hoorns van een geit, maar een menselijk bovenlijf. Verder heeft hij een lang smal gezicht, een grote neus en gele oogjes.)Bron Wikipedia

Aan de overkant staat een heel oud boerderijtje. De mensen kijken hun ogen uit, zoveel  mooie huizen als hier staan. We wandelen een smal bospad in en kijken zo over het glooiende land. Hier is heel goed zichtbaar wat er in de voorlaatste ijstijd, de Saalien, is gebeurd. Als we het bosweggetje in lopen, kijken we uit over een hoger gelegen akker. Heel duidelijk zijn de verschillen te zien.

We wandelen de laan af en passeren de ambtswoningen, die gebruikt werd door o.a.. jachtopzieners. Nu zijn het woningen voor de burger. Eenmaal op de asfaltweg staan we stil bij een kleine woning. Op het eerste gezicht zou je denken aan een tolhuis, maar dat is het verre van. Dit huisje op nummer 8 is het eerste schooltje van Hoog Soeren. Nu eveneens een monumentaal pand. Even verder staat de latere school, waar dhr.. Kamerling bovenmeester was. Dit schooltje had slechts 2 lokalen en is tot 1970 in gebruik geweest. Heden is het een woonhuis.

Na deze school te hebben bewonderd, gaan we over het laatste bospad, terug naar het hotel. En ook hier worden handen geschud en zijn de mensen heel blij dat ze, ondanks de koude, met de gids op pad zijn gegaan. En net als vanmorgen, hebben ook deze mensen weer nieuwe dingen geleerd. Wat is het fijn om samen te wandelen en samen te delen. Mijn taak voor vandaag zit er weer op. Ik laat de dankbare mensen achter en wandel terug naar de bus, vanwaar ik mijn rit naar huis begin. En ook nu weer kan ik spreken van een geslaagde middagwandeling. 


Gidstochten op 2e Kerstdag.

Het is 2e Kerstdag. Gelukkig heeft de regen van de afgelopen dagen ons land verlaten en plaats gemaakt voor een nacht met vorst en een ochtend vol zonnestralen. Voor deze dag staan 2 gidstochten geplant. De één vertrekt vanuit Hotel Overbosch te Garderen.

Bij mijn aankomst in het hotel wordt mij een heerlijk kop koffie aangeboden. Nou, dat laat ik mij wel smaken.

De eerste mensen lopen de zaal binnen. Bent u de boswachter? Nee, dat ben ik niet. Ik stel mij voor en al snel komen meer mensen naar mij toe lopen. O, ik dacht het al, u bent zo in het groen. Ja ja, we gaan ook het bos in. Rustig bekijk ik alle voeten, of zij voorzien zijn van een beetje gemakkelijk schoeisel. Als wij bijna vertrekken staat er in de hal nog een tweetal mensen te wachten. Maar dan zijn we compleet en gereed voor vertrek.

De route loopt langs de beeldentuin, waar ik vertel over de mooie beelden, het schitterende winkeltje met beneden en bovenverdieping en natuurlijk over de bijzonder zandsculpturen.

Direct na de beeldentuin gaan we een smal paadje in. Hier kan ik de mensen vertellen wat er gebeurd als wij bos weg kappen, welke bomen we er als eerste zien verschijnen. Ook vertel ik hoe je gemakkelijk kan zien of je met een ruwe of een zachte berk te maken hebt. Langs de kleine heide gaan we een pad in En zie, waar de afgelopen dagen nog enkele paddenstoelen stonden, is nu een mooi natuurverschijnsel te zien. Namelijk, ijshaar. Rustig laat ik het de mensen bekijken. Dan volgt mijn vraag, weet iemand wat dit is? De meest, op het oog juist lijkende, antwoorden volgen. Echter. Eén mevrouw zat in de goede richting. Als ik vertel over het gas dat uit de oude beukentakken vrijkomt en direct daarboven bevriest, kijken de mensen met nog meer verwondering naar de stok in mijn handen. Ja, stonden hier enkele dagen geleden nog paddenstoeltjes, nu zie je, na één nachtje vorst, weer heel andere bijzonderheden. 

Het pad is wat drassig. Na enige moeilijke hindernissen is het pad weer goed begaanbaar. Dan komen we bij een heel diepe  kuil, ‘t gat van zus. Over het ontstaan zijn nog wat verschillende meningen, maar het zou hier wel gaan om een kuil uit de laatste ijstijd. Een zogenaamd doodijsgat, ook wel een pingo genoemd. (Ook het Solsche gat, gemeente Putten, zou zo’n gat zijn) Als we de Lage Boeschoterweg oversteken, vervolgen we het volgende bospad. Al spoedig zien we aan onze rechterhand overblijfsels van een hele rij grafheuvels. Grafheuvels zijn een vervolg op de hunebedden in Drenthe. Over de hele Veluwe zijn grafheuvels te vinden. Hieronder volgt een klein stukje uit het boek van Cor van Baarle. Hij ontdekte een aantal opmerkelijke bijzonderheden.

Auteur Cor van Baarle komt hierin met een aantal opmerkelijke hypotheses over de grafheuvels die overal op de Veluwe zijn te vinden. 

(Misschien wel de opzienbarendste ontdekking die Van Baarle deed, is dat de ordening van grafheuvels in het landschap te maken heeft met de stand van de zon en de maan. Van Baarle gaat er daarom van uit dat de rijen grafheuvels een eeuwenoude religieuze traditie vormen, een die teruggaat tot de tijd van de hunebedbouwers. De bewoners van de Veluwe en Drenthe in de oudheid vertoonden bovendien veel overeenkomsten. 

Waar nederzettingen vaak in lager gelegen beekdalen waren gevestigd, lagen de grafheuvels daarbuiten op hoger gelegen delen. Als je dat bekijkt kun je een lijn trekken van de nederzetting omhoog naar de grafheuvel, betoogt Van Baarle. "Je ziet dat bij de Torenberg bij Apeldoorn en ook bij Ugchelen en bij Boshuis Drie. De nederzetting lag in het lagere gedeelte bij Ermelo en de begraafplaats bij Drie."

Van Baarle vermoedt dat het aanleggen van de hooggelegen, meer afgelegen begraafplaatsen een religieuze achtergrond heeft. "Bij de grafheuvel uit de bronstijd in Garderen is er duidelijk sprake van een oriëntatie op de zon", gaat hij verder. Een jongen in het graf is in een hurkhouding begraven, alsof hij zo weer zou kunnen opstaan. En de doden kregen potjes, zwaarden en dolken mee, spullen die ze in het hiernamaals nodig konden hebben.")

Als we daar onze verwondering een beetje onder controle hebben, vertel ik over een prachtige hulstboom. De hulst valt onder de loofbomen. Het is de enige in Nederland voorkomende loofboom die in de winter haar blad vast houd. Ook laat ik de mensen nadenken waarom de hulst binnenin en in de top minder of geen stekels rond het blad heeft zitten. Vele antwoorden komen langs. Dan zegt één dame. Hij waant zich veilig. En nee, ze wist het niet, maar dacht gewoon logisch na. Schitterend als je op deze manier een antwoord krijgt. En het was ook nog het juiste antwoord. We vervolgen onze weg en er komen zonnestralen door de Douglas heen. Cameraatjes worden gepakt. Dit is een prachtig moment voor een mooi beeld in je lens. Als we de ronde verder lopen, zien we wroetplaatsen van het wilde zwijn. De dieren zelf zijn helaas alweer gevlogen. Verbazing ontstaat er als men de huizen in het bos ziet staan. De één vindt het een mooie woning, de ander een stoorzender, dit moest niet mogen. Ja, zo denken we allemaal verschillend over dezelfde dingen.

Als we weer in op het laatste stukje van het traject zijn aangekomen, valt er een schot. Daar ligt er weer één gestrekt, komt het uit de groep. Even verderop draait een auto met zijn karretje om en zie, een hert wordt in de kar gedragen. Jammer, ja. Hier zijn de meningen ook veel over verdeeld. Maar daar gaan wij geen discussie over voeren. Daar is deze gidstocht ook niet voor bedoeld.

Langzaam naderen we het einde van onze 2 uur durende wandeling. Nog even laat ik de mensen kennis maken met het geduchte wapen van het edelhert. Het gewei, dat ik van huis heb meegenomen. De ene persoon is nog meer onder de indruk dan de ander. Nou, wat moet zo’n hert toch sterk zijn. Als afscheid is er voor een ieder een potje Auteur Cor van Baarle komt hierin met een aantal opmerkelijke hypotheses over de grafheuvels die overal op de Veluwe zijn te vinden. Veluwse bosbessenjam, door mijzelf gemaakt. Dan volgt er een applaus van de deelnemers. Men heeft veel geleerd, veel nieuwe dingen gehoord. Kijk, daar gaat het toch om. Je bent natuurgids om de mensen te verwonderen, te laten genieten en zo mogelijk, nog nieuwe, bijzondere dingen mee te geven. We kunnen dus spreken van een geslaagde wandeling. Fijne 2e kerstdag

Gidstocht vanuit Elspeet

Bewust worden met/door verwondering

 

Wat is het mooi om in de natuur te wandelen. Hoe vaak hoor je dat niet. Zeker, dat is helemaal waar. Als we dan een dier zien, zijn we verwonderd. Ook helemaal logisch. Maar zijn wij ons bewust van wat we daar meemaken? Blijft het bij die verwondering van dar dier, dat we zojuist zagen?

Op een mooie dag, het is dan bijna half juni, ben ik gevraagd om met een groep op pad te gaan. Het is mooi weer. In de ochtend ben ik even voor mijzelf een route gaan maken. Het is altijd beter als je wat voorbereid op pad gaat.

We treffen het, want er zijn bosbessen, een paddenstoel, varens en wat nog meer. Genoeg om over te vertellen.

Het is 16.00 uur. De groepen worden verdeeld. Ja, verdeeld, want het aantal mensen is dusdanig, dat we met 3 gidsen, ieder een kant op gaan. Het mooie is dat we alle drie een eigen pad kiezen. Rustig loop ik voor de groep mensen uit en hou stil bij een groep bomen. Het is de Douglas. Ik vertel dat de bomen naar Nederland zijn gehaald en hoofdzakelijk als stutpalen in de mijnen van Limburg werden gebruikt. De eerste verbazing was er al. Voor ik het pad naar rechts in sla, laat ik de mensen weer even stoppen. Ik vraag hen een eindje uit elkaar te gaan staan. Kijk nu eens wat je allemaal op dat kleine stukje voor je ziet. In de eerste instantie wordt er wat lacherig over gedaan. Totdat iemand een heel klein beestje in haar stukje ziet lopen. Een beestje met streepjes op zijn rug. Verwonderlijk genoeg beginnen nu de anderen ook in hun vakje te kijken. En zie, een ieder viel wel iets op in zijn/haar plaats. Dit was pas de eerste verwondering. Eén waarmee ik met mensen op pad ga met de Vierkantemetertherapie. Kijk eens dichtbij om je heen. We lopen verder. Daar staan allemaal heerlijke bosbessen. Blauw glimt het vanonder het helder groene blad vandaan. Een nieuwe bewustwording bied ik aan. Zou jij zo een bosbes van de struik eten? Eén die laag bij de grond hangt? “Ja, waarom niet”, klinkt het uit de groep. Ik vertel dat zoiets niet zo slim is. Er kan een vos over geplast hebben, één die de lintworm in zich heeft. Die lintworm kan zich ook in een mensenlichaam ontwikkelen. Er is GEEN medische behandeling voor. Je wordt door de worm leeg gegeten. Veel pijn, het leidt naar de dood. Misschien even slikken en schrikken, maar ook dit is een stukje bewustwording. Als we het pad uitlopen, zien we jonge konijntjes spelen rondom een boom. Een prachtig gezicht. Op de rand  heide houd ik stil. Als ik vraag of een ieder een stap van elkaar wil zetten en daarna de ogen te sluiten. Ik vraag hen om goed te ruiken, om te horen, om te voelen. Het is helemaal stil, tenminste, de deelnemers. Als ik vraag wat men allemaal heeft gehoord, valt me op dat men vogels, wind, ritselend blad heeft gehoor, terwijl de vliegtuigen over vliegen. Dat heeft men niet bewust waargenomen. Op de vraag, wat heeft u geroken, was het antwoord van de meeste, het bos. En wat voel je? De wind zachtjes door je haar. Of van een ander, die had het idee dat iets haar aanraakte. Heel verschillende waarnemingen dus. Als we de heide verder over wandelen, breng ik de fantasie in werking. Probeer je eens voor te stellen. Er komt een roedel herten uit het bos rennen. Eerst zie je ze helemaal, maar dan verdwijnen ze gedeeltelijk achter de heuvels. Je ziet de dansende nieuwe geweien als een hobbelpaard bewegen. Maar het is natuurlijk ook realiteit. Dus bewust bewonderen we een kleine rups, een kever en kijken naar een overvliegende gaai en roepende raven. En natuurlijk wordt er ook onderling heerlijk gebabbeld. Als we weer terug zijn bij de start, vertel ik hen dat ik 2 jaar in een rolstoel heb gezeten en niet kon lopen. Vergeet dat, maar neem het volgende mee. Als ik door mijn vrienden werd rondgereden, wezen zij mij van alles aan. Kijk eens links, een mooie…… Ik zag echter de zijkant van een auto. Kijk eens rechts een mooie…….. Ik keek tegen een tak aan. Moet je eens voor je kijken, dan zie je………Ik zag alleen wiebelende billen. En achterom kijken ging al evenmin. Ik heb geleerd om om me heen te kijken en te zien wat er dicht bij mij te zien is. De vierkante meter dus. Ik heb geleerd om wat ik hier in zie, ik ook om kan zetten naar mijn dagelijks leven. Binnen de vierkante meter is wat ik kan overzien. Zet dat eens om naar je dagelijks leven. Kijk naar wat je kunt zien, kijk naar het nu, wees je bewust van dit moment. En dat geld niet alleen als je in een rolstoel zit, integendeel zelfs, want wij zijn allen op weg naar…… Vul maar in, altijd ver vooruit, of ver in het verleden. Voor het nu is bijna geen tijd meer. En zo worden we oud. En, als je even niet zoveel meer kunt, wees je dan eens bewust van wat je wel ziet en wel hebt, binnen de vierkante meter. Zet ook dat om in jou leven. En je zult zien dat het ineens veel gemakkelijker lijkt te gaan. En weet je nu wat zo bijzonder was aan deze groep? Het waren mensen van een Arbodienst. Ik heb hen mee mogen geven dat ze dit ook voor de meeste van hun cliënten kunnen vertellen. Want voor de meeste van ons geld, je kunt meer als je zelf denkt, je hebt meer dan je zelf denkt. Wie weet lees jij dit stukje en ben je nieuwsgierig geworden, of wil je zelf eens mee met zo’n tochtje. Het kan. Je kunt je opgeven. Kijk op de homepage, je bent van harte welkom. 

 

Kruishaarseberg

Wandeling in Nijkerk over de Kruishaarseberg. 

 

In Nijkerk? Is daar een berg dan? Een berg kunnen we het niet noemen, maar het is een heel bijzondere plek. eeuwen geleden was dit een plek waar boeren hun vee onder brachten. Niet zomaar. Nee, als de Bischop van Utrecht met de Hertog van Gelre het samen weer eens niet met elkaar eens waren, stuurde ze beide soldaten naar het gebied. En net zoals wij, hadden de soldaten ook wel trek in iets eetbaars. En aangezien boeren meestal genoeg vee bezaten, dachten ze daar hun slag te slaan. Helaas waren de boeren hen te slim af. Ze brachten hun vee onder op de Kruishaarse berg. Deze plek ligt hoger dan de omgeving en is voorzien van een wal. Aan de buitenkant schuin oplopend, aan de binnenkant stijl nar beneden. Zo bleef het vee binnen en zou de vijand van buitenaf een diepe val maken. De omliggende boerderijen en gehuchten liggen allemaal op een gelijke afstand van de berg. Allemaal 2, 5 tot 3 km van de berg. 

Vrijdagavond mochten we het gebied betreden met toestemming van. Want het gebied is privégebied. 

Vanavond gaan we met een groep mensen wandelend van af Camping de Elzenhoeve naar de Kruishaarseberg. 

Eenmaal door het hek vertel ik over de eerste planten die we tegen komen. Een daarvan is de kamperfoelie, een klimmer en een niet zo'n aardige gast. Want de kamperfoelie draair rechtsom haar gastheer. En met het klimmen der jaren worden de gastheer en zijn gast dikker en dikker. Gevolg is dat de kamperfoelie har gastheer wurgt. 

De Kruishaarseberg bestaat net als de rest van de Veluwe uit zand. Daarom ook vinden we er dezelfde boom en plantensoorten. Bomen als grove den en de eik, maar ook brandnetel, braam en springzaad is er te vinden. Om maar niet te spreken over het vele kleefkruid. De naam zegt het al, een kruid. 

Langzaam wandel ik met de mensen over het pad. Op de berg vertel ik over ene Coop, die lang geleden, net als wij en onze kinderen nu nog altijd doen een plekje voor zichzelf wilde hebben. Hij ging van Putten richting Nijkerk. Maar bleef op Landgoed Gerven, begon met het ontginnen van het heideterrein. Daarna is hij er landbouw begonnen. Een deel moest hij afstaan, een ander deel mocht hij voor zichzelf en zijn gezin houden. 

Nu, jaren later, is in het landschap nog altijd zichtbaar, de karrensporen, maar ook de diverse wallen. Niet alle wallen waren gegraven om vee binnen te houden, er zijn op de Veluwe ook jachtwallen overgebleven. In het Speulder Sprielderbos, in de nabijheid van het Solsegat zijn deze nog te bewonderen. 

De wal waar wij op de Kruishaarseberg mee te maken hebben is niet alleen om het vee binnen te houden, maar ook om de vijand bij het vee te weren. In het boek Landschpsjuwelen heeft Leenderd de Boer over de hele geschiedenis van Nijkerk geschreven. Niet zomaar, maar na een langdurig onderzoek. Arie van de Berg ontdekte de afstanden van de gehuchten en grote boerderijen. Zeker de moeite waard het eens te lezen. 

 

Als wij van de berg afdalen, wandelen we tussen de zwarte mieren naar een schuine helling, waar één van de deelneemsters als kind met een sleetje in de sneeuw zo vaak vanaf gegleden was. Een prachtig verhaal. Boven op de wal is te zien hoe stijl de afdaling is geweest. Al is alles nu wel erg dicht gegroeit met bomen en struiken, waaronder oude eiken. 

 

Terug bij het pad is er een proeverij. Nee, geen plaats waar iedereen kan proeven van de natuur, nee, ik heb alles tevoren al klaargezet. Wel afgedekt, want in het bos wonen heel veel snoepertjes. 

Als eerste laat ik de mensen kennis maken met een broodje brandnetel, met aansluiten brandnetelijsthee. Wat een woord hè. Dan volgen de andere producten, zoals brandnetel roomsoep, akkerbloementhee, Brandnetellikeur, dennentopijsthee, smooty met noot en nog veel meer. Na een eerste blik was het arwandend kijken, maar eenmaal geproeft was men zeer verrast. Natuurlijk is het wennen, maar dat moesten we vroeger ook aan spruitjes. 

Daarna vertel ik wanneer en hoe je de bloemen en bladeren plukt. Want het is natuurlijk niet de bedoeling dat we hele bomen en bloemen er af trekken. Het kost even tijd en misschien krijg je groene knieën, maar dan heb je ook wat. De bloem en de boom groeien door en jij kan beginnen met je heerlijke producten uit moeder natuur. Door GOD aan ons gegeven. 

Zorg dat je jonge bloesem en bladeren in de ochtend en bij droog weer plukt. Neem van elke tak of bloem slechts enkele bladeren of bloemen. Neem geen bloemen die al wat bruin zijn, want dat proces gaat door. 

Dan laat ik de mensen zien hoe eenvoudig het is om iets te drogen. Tevens heb ik enkele beodigdheden meegenomen. De reactie was prachtig. Er werd gelachen, serieus geproefd en geluisterd. 

Na ruim één uur gaan we terug.

 

Wij hebben genoten. En wie weet komt u/jij ook eens op de echte berg van Nijkerk. 

 

Kuieren op Kruishaar

Zaterdag 27 juni 2015

Gidsen voor IVN NIJKERK

Kuijertocht op Kruishaar

Het is een zonnige zaterdagmiddag. Als ik bij het startpunt aankom, staat er een dame met Arie te praten. Ik voeg me bij het gezelschap. We praten even en dan gaat Arie op de fiets aan de andere kant van het pad kijk of daar nog deelnemers staan te wachten.

Er passeren 2 vrouwen. Zijn zij ook deelnemer aan de Kuijertocht? Nee, het zijn 2 dames die een Klompenpad lopen. Even ontstaat er een gesprek. Op de uitnodiging om mee te wandelen in deze tocht, stemmen beide dames in. Nu zijn er dus 3 deelnemers.

We starten om 14.00 uur. Als eerste komen we een vlierboom tegen. Over de vlier kunnen we veel vertellen. Maar ik hou het bij de bloesem. Als ik de mensen uitleg hoe je er heerlijke limonade van kunt maken, wordt de nieuwsgierigheid groter. Rustig vertel ik wat je er voor nodig hebt. Maar de vlier waar wij bij staan, heeft al bijna uitgebloeide bloesem, dus minder geschikt.

Daarna stoppen we bij braamstruiken. En ook daar vertel ik wat je er mee kunt doen. Hoe zie je het verschil tussen een braam en een framboos? Niet moeilijk als je het weet. Als het winter is zie je alleen van de braam de takken staan. Een framboos sterft in de winter af. Als de beide struiken bladeren hebben, kun je, als je het blad omdraait een tweede verschil zien. Namelijk, de braam is groen en de framboos is wit aan de onderkant van het blad. Ook de vrucht van beide is verschillend. Zo is de braam donkerblauw en de framboos rood.

Langs het pad van de tweede Kruishaarseweg staat een lange rij bomen. Een daarvan is de zomereik. Herkenbaar een het blad met een kort steeltje. Bij de wintereik zit aan het blad een lange steel. Eikels zitten er nog niet aan. Maar we zien wel een wonderlijk uitstulpen aan een tak. Het is een knoppergal. Het wespje dat daar uit komt is een donkerbruin glimmend met gele pootjes en antennes.

Onder aan de boom groeit, of liever kleeft een groen plantje. Het welbekende kleefkruid. Wat was het mooi. Hoe vaak hebben we niet met dit kruid naar elkaar gegooid. Nu kijken we er met andere ogen naar. Want ook het kleefkruid, de naam zegt het al, is een kruid. Versnipper het op een broodje, erg gezond. Het zou een afslankend effect hebben. Je kunt het ook koken en eten als groenten. Na de bloei komen er kleine balletjes aan de plant. Deze kun je roosteren en gebruiken als vervanger voor koffie. Even als de brandnetel en de paardenbloem. Goed te gebruiken als thee of in de salade. En ook deze kun je koken en als groenten eten.

Even verder op het laantje zien we een vrolijke vlinder dartelen. Het is een bond zandoogje. Ook het koolwitje komt even kijken waar wij mee bezig zijn. Allermooist wat we krijgen te zien.

Zelf het ik olie, gemaakt van brandnetel, bij me. Wie durft het aan? Eerst spuit ik het op mijn arm en laat hen voelen hoe snel het in de huis trekt. De dames willen het wel proberen. En bij één van de dames heeft het al het effect van een lichte pijnvermindering. Ook heb bloesem gedroogd en de mensen een proefzakje mee gegeven. Kunnen ze thuis proeven hoe dat smaakt. Ik een ander zakje heb ik de bloemen die als ingrediënt gebruikt zijn. Hoe ze de smaak vinden weet ik niet. Misschien komt er nog een reactie bij IVN.

Dan komen we langzaam aan het einde van het pad. De twee dames gaan niet mee op het laatste stuk, zij vervolgen hun klompenroute. Samen met de eerste dame ga ik naar het eindpunt, “de Piramide”. Daar hebben Arie en Bertine heerlijk koud drinken, en ook nog een koekje voor ons klaar gezet. In een koeltas, zodat het lekker fris was. Nou, dat smaakte lekker, want het was intussen met al dat kuieren best warm geworden.

Nog even hebben de dame en ik nagepraat. Het was een leerzaam tochtje met leuke mensen.

Dan wandelen we terug naar de weg. De dame neemt de fiets, ik de bus. Ieder gaat haar eigen weg.

Natuurlijk heb ik veel meer verteld. Maar als jullie dat willen weten, kom dan naar de volgende Kuiertocht op zaterdag 25 juli a.s. Aan het begin van de tweede Kruishaarseweg. Die begint vanaf de eerste Kruishaarseweg. De start is ook dan om 14.00 uur. Wij kunnen vandaag spreken van een geslaagde kuiertocht.

Alles dankzij de gastvrijheid van Arie en Bertine. Waarvoor onze dank.

 

Met kinderen slootje vissen

IVN slootje vissen

Modderkruiper.

Roodpootwatertor 

Geel gerande waterkever

Waterspin

Bloedzuiger

Poelslak

Libelle larve

Waterpissebed

Posthoornslakjes

Tubifex

Bootsmannetje of rugzwemmer

 6 juni 2014

Vandaag hebben wij van IVN Nijkerk slootje vissen voor schoolkinderen gedaan. Een mooie excursie over waterdiertjes.

Het is een stralende dag als de kinderen van de eerste groep arriveren. De meeste van hen hebben zelf al een schepnetje meegenomen. Het is een grote klas, maar ondanks dat is het geordend. Na de opening en kennismaking, gedaan door Lida, mogen de kinderen met hun netjes naar de waterkant. Al spoedig staan de eerste met hun netje over ons heen te zwaaien, waterplanten in m’n nek, maar zo enthousiast zijn ze. Van alles nemen ze mee, van waterplanten tot kleine steentjes, maar vooral veel diertjes.

In de plaatjes hierboven kun je zien welke diertjes we o.a.. hebben gevonden.

Als wij vragen, durf jij het diertje op je hand te houden, hoor je al snel jag, nee, vies, eng. Maar uiteindelijk gaan de meeste kinderen toch wel een poging wagen. En als ze dan zien dat het helemaal niet eng is, durven ze zelf alleen de kleine diertjes uit het schepnet te halen.

De eerste groep krijgt er maar niet genoeg van. Maar de juf roept ze bijeen . Maar ze gaan niet weg voor ze een bijzonderheid over de mossel hebben gehoord. De mossel kan lopen. Hij steekt een deel van zijn lijf naar buiten, zet dat in het zand en trekt zich naar voren. Dit herhaald hij, hij kan zelfs van richting veranderen. Dat wisten de kinderen nog niet.

Dan keert de groep terug naar school.

 

Voor de volgende groep is het in beginsel hetzelfde. Echter, deze groep vangt een beschermt visje, een modderkruiper. En ook hebben ze een spinnende waterkever en een geel gerande waterkever. En nog veel meer diertjes. Maar het meest gevonden waren wel de waterpissebedden. Een meisje had naast haar schepnet, ook een emmer meegenomen. Dat was wel slim, want zo kon zij haar zelf gevangen diertjes zien. Voor de andere kinderen waren er teiltjes met water.

Na afloop van beide groepen, kregen de kinderen een kaartje mee, van Scharrelkids. En voor de juf was er een klein foldertje met waterdiertjes. Zo kunnen de groepen op school nog napraten over wat ze gezien, gehoord en gevoeld hebben.

Voor ons was het een geslaagde ochtend, en voor de kinderen? Ik denk dat die heel wat te vertellen hebben op school, maar ook als ze thuis komen. Want slootje vissen doe je niet elke dag.

We hopen dat we een steentje bij hebben mogen dragen aan de kinderen en zo een stukje natuur in en voor de toekomst hebben mogen verrijken.

Is geschreven: Gerrie van den Brink.

Met dank aan Lida Boomsma.

Met ouderen op stap

Met de bus er op uit. 

Het is woensdagmiddag, een dag in het begin van maart. Mij is gevraagd of ik vanmiddag wil gidsen op een bus met oudere mensen. Geen probleem. 

Totaal onvoorbereid verken ik enkele wegen in de buurt, want er worden momenteel veel bomen gekapt. En daar worden grote machines voor gebruikt. Ja, als het nou een grote touringcar is, moet de weg wel vrij begaanbaar zijn. 

Na een korte rondrit, kom ik aan in Harderwijk. een schitterende locatie. Ik parkeer mijn bus en loop naar binnen. Daar wordt mij, door een allervriendelijkste dame, een kop dampende erwtensoep aangeboden. En ..... niet alleen soep, er liggen twee grote stukken roggenbrood met spek bij. Nou, dat laat ik mij wel smaken hoor. 

Half twee is tijd van vertrek. Alle mensen stappen in de bus. En al direct is merkbaar hoe gezellig deze groep is. 

Er is mij geen route meegegeven, dat moest ik zelf maar uitzoeken. En met de weinige voorbereiding die ik gedaan heb, vertrekken wij vandaar. 

De route gaat vanaf Harderwijk Langs het oude Sonnevanck. Ik wijs de mensen erop dat het torentje in de verte het oude sanatorium is geweest, dat bestemd was voor TBC patiënten. Sommige mensen in de bus wisten dat. Vandaar rijden we langs de heide, waar Heckrunderen grazen. Als we deze weg verlaten, komen we door een bosgebied met de naam Leuvenumsebos. Daar bewonderen we het Hotel de Zwarte boer. Een gezellig wit hotelletje, waar het heerlijk vertoeven is, daar het midden in het bos ligt. Ondertussen wijs ik de mensen op de vele kleine, maar ook wat grotere boerderijen. Soms hele markante, soms hele kleine. De mensen kijken hun ogen uit. Ik vertel hen, terwijl de rit voortgaat, dat we in de kleinste stad van Nederland komen. Bronkhorst? Nee lieve mensen, geen Bronkhorst, maar Staverden. Ooit heeft Staverden na veel gedoe, stadsrechten gekregen. Maar huizen bouwen mocht men niet. Nu bestaat deze kleinste stad uit een wit kasteel, bekend van haar witte pauwen, een klein kerkje, een paar huisjes en een mooie duiventil. Verwonderd kijken de mensen als we de Uddelermeerweg oprijden en ik hen de prachtige tuin, het prieeltje en de bijzondere boom aan wijs. Ook de huisjes van het Gelderslandschap, met de roos in de ruitenvorm wijs ik hen. Ja, dat komen we op alle huisjes die wij passeren tegen. Bij het jachthuis wordt even gestopt, zodat men het goed kan bewonderen.

Er zijn enkele afgravingen gedaan is het kader van vernatting. En de beken overtreden hun lage oevers al. Niet zo vreemd met de regen van de afgelopen dagen.

Van Staverden rijden we langs het Uddelermeer, en zien we in een weiland twee reeën staan. Via Uddel naar Elspeet. Als wij Elspeet verlaten, rijden we langs de Noorderheide, waar de familie van Beuningen heel bijzondere waterstromen heeft aangelegd. En dan zien we daar de moeflons lopen. Het kleine dorp Vierhouten wordt meegenomen. De vele restaurantjes, de supermarkt, ja, de mensen vinden het schitterend. Het Hotel de Malle Jan, welke tot drie maal toe is afgebrand en enkele jaren geleden ontsnapte aan een windhoos, straalt met haar helder witte muren in de voorjaarszon. Helaas mogen we niet over de Stakenberg, deze is voor de tweede maal lang afgesloten. Dus rijden we weer richting Elspeet, maar nu aan de andere kant van het dorp. We verlaten Elspeet ter hoogte van de schaapskooi, helaas is de kudde op pad. Over een agrarische omgeving, naderen we weer bos en heide in een heuvelachtig landschap. Dan komen we weer langs kasteel Staverden en rijden in de richting van Speuld. We passeren de mooie duiventil. En vanaf de rotonde gaan we terug richting Harderwijk. Maar het wordt niet stil hoor, want langs deze weg kun je de grafheuvels zien liggen. Maar als wij weer ter hoogte van Sonnevanck zijn, stop ik mijn vertelling en vraag ik een applaus voor de zeer goede en rustige chauffeur. Als ik de microfoon afsluit ontvang ook ik een applaus. En bij het uitstappen neem ik de vele complimenten in ontvangst. Er wordt nog even een praatje gemaakt met enkele mensen. Maar dan ga ik naar huis. Het was een mooie en gezellige gidsroute, met fijne mensen aan boord.