Het verdwenen klooster

Zoektocht naar het verdwenen klooster.

En wat was het zoeken.

Zaterdag 7 mei was hij er weer, de zoektocht naar het verdwenen klooster. Ben jij niet geweest, dan heb je wel wat gemist.

rustig stond ik in de zon. Treinen raasden voorbij, andere stopte voor de reizigers.

Ik wachtte op deelnemers aan de excursie van deze middag. Er arriveerden in totaal 6 gezellige mensen, twee jonge dames en vier volwassenen. En ze hadden er zin in. Maar dat was niet zo vreemd, het was immers een stralende dag. Echt één om in het bos verkoeling te zoeken. En dat was nu net waar we naar toe gingen.

Diep in het bos van de dansende bomen, ligt een groot gat. Het is het Solsegat. Nog net in de gemeente Putten. Over het Solsegat bestaat een spannend verhaal. Een sage zoals dat heet.

Maar voor we daar aan kwamen, werd er eerst verteld hoeveel een boom op ons lijkt. Nou, dat was wel heel erg raar. Hoe kan een gids nu vertellen dat een boom op een mens of een mens op een boom lijkt. Maar toch is dat zo. Het is een wonder hoeveel overeenkomsten wij met elkaar hebben.

Ik stelde een ieder van de groep een vraag. Natuurlijk was ik vergeten welke vraag ik aan wie gesteld had, maar dat was niet erg. Ik vertelde over de zorg van de volwassen bomen aan hun nageslacht. Ik vertelde over de samenwerking van de bomen met ander leven in het grote woud. Ik vertelde ook dat bomen elkaar het licht in de ogen, oeps, dat kon natuurlijk niet, want bomen hebben natuurlijk geen ogen, maar toch gunnen ze elkaar vaak het licht niet. En ik vertelde dat bomen elkaar ook kunnen wurgen. En natuurlijk waarom hij nog meer zo op ons lijkt.

(Als jij/u daar meer van wil weten, ga dan eens mee met een gidstocht.)

Eenmaal veel over de boom vertelt, wandelden we rustig verder. In het bos was/is veel meer waar te nemen van wat ik verteld heb. Ik plukte jonge bladeren van een beuk en gaf aan een ieder het verse blad. Dan moet je eigenlijk een camera bij je hebben, want de gezichten spreken vaak boekdelen. Maar toch, er werd geproefd. Ja, eigenlijk lijkt het ook heel vreemd als je ineens bladeren van de bomen gaat eten, maar toch is het lekker hoor.

(Als jij een blad wilt proeven, neem dan slechts een enkel blad en proef die, trek niet een hele tak leeg, maar slechts een enkel blad)

Natuurlijk bestaat het bos niet alleen uit bomen, nee, er zijn ook wilde dieren. Natuurlijk geen beren en leeuwen, maar wel wilde zwijnen, edelherten en nog veel meer dieren. En er zijn allerlei planten. Soms zie je ze niet, maar ze zijn er wel hoor. En wat te denken van al die paddenstoelen die nu nog verscholen in de grond zitten. Ze hebben zich verscholen? Vaak denken mensen dat er alleen in de herfst paddenstoelen te bewonderen zijn, maar niets is minder waar. Het hele jaar door kun je van paddenstoelen genieten. Dat zagen ook wij. Hoog aan een oude dode stam hingen paddenstoelen. Even met de verrekijker gekeken om te zien met welk soort we hier te maken hadden. Door de zon was het moeilijk te zien, maar het leek een labyrintzwam, een doolhofzwam. Dat is een paddenstoel die aan de onderzijde allemaal gleuven heeft die lijken op een labyrint. Ook op de dode boomstammen op de grond zaten zwammen, dat waren tonderzwammen. Vroeger werden die gebruikt om er vuur mee te maken. Toen werd deze nog tondelzwam genoemd, denk aan tondeldoos.

Tussen de bladeren zag ik een kleine natte plek. Toen ik erheen liep vond ik, verscholen tussen de modder en het blad, klein wild. Nee, geen jong zwijntje, het was een mestkever. Heerlijk zat hij verstopt in de vochtige grond, in een kuil die ontstaan was door een poot van een zwijn. Die had daar natuurlijk een bad genomen. Even verder stond een hulst, ook daar had ik vragen over. (Nee, ik ga ze niet verklappen, misschien toch een keer mee op pad.)Na het antwoord was er toch enige verwondering te bespeuren. Hoe is dit alles toch mogelijk. Eén van de meisjes vond ’t toch wel jammer dat bomen niet kunnen praten. Ja, wel jammer, maar stel je toch eens voor dat alle bomen begonnen te praten, wat zou het dan onrustig in het bos zijn. Nee, ze kunnen niet praten, maar ze werken wel samen. Dat is al heel bijzonder.Langs de lange, droge zandweg stonden kleine bosbessenstruiken. Kleine rode bloemen kleurden tussen de lichtgroene bladeren. Nog even, dan worden dit mooie bosbessen, donkerblauw.

Langzaam naderden we het Solsegat. In de verte zagen we een tafel. Wat zou daar op staan? Geen idee. Maar eerst vertelde ik het verhaal van het klooster dat eens………Plotseling ging de zon verscholen achter een grote wolk. Zou dat kunnen betekenen dat er iets gaat gebeuren? Ik werd wel een beetje bang. Maar de jonge dames niet hoor, want pappa had al eens he verhaal verteld.

Maar toen……

Wacht eens even?

Wat was dat? Wat hoorden wij toch voor een jammerende geluiden? Wat keken we op toen daar zomaar ineens twee monniken uit het bos kwamen lopen. Wat zeiden ze toch? Hoorden we het goed dat de grote monnik vroeg of wij hem wilde volgen? Maar nee, dat durfden we niet. Stel je toch eens voor. Moesten wij nou mee achter hen aan, het klooster in? Brrrrr, nee, echt niet. Een passerende mountainbiker kreeg de schrik van zijn leven. Op zijn smalle pad, zomaar twee monniken. Er maar hard van door fietsen moet hij gedacht hebben. De monniken liepen in tegengestelde richting van ons, aan de andere kant van het gat. Gelukkig maar. Anders waren we zo het bos uitgerend.

(Paardenbloemkoekjes, brandnetel-pesto en zelfgebakken broden.)

Toen we bij de tafel aankwamen, stonden er allerlei heerlijke hapjes en drankjes klaar. Nee, niet van die monniken, die hadden hun eigen eten. Nee, de hapjes en drankjes waren gemaakt van planten die daar bij het Solsegat groeiden. Nou, het was wel even smullen hoor. En de drankjes waren natuurlijk extra welkom, want het was best warm onder de grote beuken.

De deelnemers stonden rondom de tafel met heerlijkheden.

Er waren ook dieren uit het bos te zien. Er werd over verteld en daar werden foto’s van gemaakt. Alles was leerzaam voor een ieder.

Toen we alles bewonderd hadden, werd er rustig terug gewandeld. Er was veel verteld, dus dit was mooi om er nog vragen over te stellen. En dat gebeurden natuurlijk ook.

Het was een gezellige middag. En we mogen spreken van weer een geslaagde zoektocht.

Bent u, ben jij nieuwsgierig geworden? Ga dan eens mee met deze of met een andere gidstocht. Er is altijd wat te beleven.

Uw gids, Gerrie van den Brink.