Natuurwandeling

Natuurwandeling

Wat ben ik rijk.    Jij ook?

 

Het is bijna kerstfeest. Nog even breng ik een aantal korte bezoekjes aan dierbaren. Ik heb een klein presentje bij me. Je weet het misschien wel. 

EEN ARM, EEN SCHOUDER, EEN KLEIN GEBAAR.

HET HOEFT NIET GROOT TE ZIJN

HET HOEFT NIET DUUR TE ZIJN

GEEF LIEFDE AAN ELKAAR DOOR

EN BEGRIJP DE BOODSCHAP VAN KERST.

En daar gaat het om, iets kleins. Het hoeft ook geen presentje te zijn. Een schouder is vaak al genoeg. Die hand op een andere hand. Een hand van een ouder iemand, die hand op een eenzaam iemand, of een hand op de hand van iemand die veel verdriet heeft. Misschien wel de hand op iemand die heel erg ziek is. Dat kleine gebaar is vaak al genoeg. 

 

Op weg naar huis denk ik na. Nadenken over wat ik allemaal weer kan, de rijkdom om me heen, de rijkdom in mij. Rijkdom van die ENE, DIE mij in alles draagt. Hoe moeizaam veel in mijn leven ook zo vaak is, ik mag me rijk voelen, want ik ben rijk. Rijk aan HEM WIE wij gedenken met KERST. DIE ENE DIE voor ons naar de aarde wilde komen. 

 

Op mijn weg naar huis zie ik in een weiland een wit gedaante staan. Als ik dichterbij kom, zie ik dat het een zilverreiger is. Even verder staat een familielid, ook in witte veren gehuld. Wat bijzonder, zo net voor Kerst. Even deed het me denken aan de engel die bij Maria kwam en haar vertelde dat ze een ZOON zou baren. Witter dan sneeuw, zonder zonde.

Het zijn geen engelen, maar ze zijn wel heel erg mooi, die 2 zilverreigers. Even verder staat een andere reiger. Niet zo mooi wit als de eerste 2, maar niet minder mooi. Het is de blauwe reiger. Vreemd, ik vind hem meer grijs, zwart met wit. Maar ja, ik heb de naam ook niet bedacht. 

Stil staan ze op de wacht, wachten op dat onfortuinlijke muisje, dat ene kikkertje dat onder deze temperaturen nog niet is weggekropen. De reigers smullen, maar voor de kleine diertjes is het einde nabij. 

 

Voor vele dierbare is die tijd al gekomen, vele gingen ons voor. Verdriet heeft de nabestaande overmand. Zij moeten verder. Er wordt voor hen gezorgd. Er is voedsel, er is drinken. Net als voor de reigers, zorgt DIE ENE VADER ook voor ons die nog hier zijn. Bij HEM mogen we schuilen. Als het donker is, als het nat is, als het warm is, als we verdriet hebben, als we alleen zijn. Iedereen mag bij HEM schuilen. Waarom zouden wij dan niet die ene, daar ergens in een huis, niet die ene schouder geven. Die arm, dat kleine gebaar. 

 

GEEF LIEFDE AAN ELKAAR DOOR EN BEGRIJP DE BOODSCHAP VAN KERST.==================

 

Hoe dik is jou huid?

 

Heb jij, heeft u die vraag al eens aan uzelf gesteld? 

Wat als de zon schijnt? Neem je dan een shirt met lange mouwen? Of gebruik je zonnecrème?

Wij mensen doen er alles aan om onze huid te beschermen tegen zonnebrand. Maar wat doen we met onze planten en bomen? Kijk eens naar de beuk? Wie beschermt hen? Dat kan en dat doet de beuk zelf. Maar wat doet de mens? Die denkt wel aan de eigen huid. Maar om de beuk bekommerd men zich niet. Op deze foto kun je goed zien hoe dun de huid, de schors van de beuk is. Als de takken van de beuk af zaagt, en de zon schijnt op zijn huid, schors, verbrand deze en kan de boom net zo verbranden als u/jij en ik.

Kijk eens naar deze schors. Het is de huid, schors van een eik. Hier kun je gelijk zien wat het verschil in dikte is tussen de beuk en de eik. Daar waar de beuk, net als de mens, vervelt, groeit de eik uit haar jasje. De huis groeit niet mee. Rimpels. 

 

Voor beide bomen geld dat het leven hier op houdt. Ze zijn geveld door grote motorzagen. 

Ook daar kunnen ze niet tegen op. Soms is het nodig om bomen te ruimen, maar vaak zijn het nog gezonde nog relatief jonge bomen. 

De bosbouwer/eigenaar zal er een rede voor hebben. 

=============================

 

Wie kent deze vogel?

 

Voor vele is de zaagbek een onbekende vogel. Toch is deze vaak te bewonderen op het randmeer tussen Nijkerk en Putten.

Vanochtend ben ik over de dijk richting Putten gelopen. En zie, vele zaagbekken zwommen daar bijeen. Rustig ben ik op de knieën gegaan en heb foto's van deze wonder mooie dieren gemaakt. Het was erg koud, waardoor ik mijn camera niet goed stil kon houden. Maar het blijft toch een bijzonder plaatje. 

Niet alleen zaagbekken zwemmen daar rond, ook bergeenden, kuifeenden, en smienten zijn er te vinden. En zelfs, naast de knobbelzwaan, de kleine wilde zwaan. 2 exemplaren zaten op het ijs. Maar door hun trompetten vernam ik dat er boven mij een hele grote groep kleine wilde zwanen over vloog. Schitterend. Naast de blauwe reiger waren er een aantal grote zilverreigers. De één vloog een stukje weg, de ander keek mij na.

Vaak hoor ik mensen zeggen: "in de winter is er in de natuur niets te beleven". Ik zou zeggen, ga eens een keer op pad. Het hoeft niet speciaal langs de dijk te zijn, het kan ook bij jou in de buurt. Er is zoveel te bewonderen. Je zult er verbaast van zijn.

Ga er uit en geniet. Laat je mij eens weten wat je allemaal bent tegen gekomen? Je mag een mail sturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Maar je mag natuurlijk ook gewoon een bericht in het gastenboek achter laten.

Veel plezier. ========================================

 

Meander door het landschap.

 

Als je door Arkemheen loopt, zie je nog altijd de gevolgen van een dijkdoorbraak. De polder kreeg op 28 maart 1356, van Hertog Reinoud van Gelre opdracht de polder in te dijken. Daarmee is de Polder één van de oudste polders van Nederland. Deze kronkelige sloten zijn nooit door de mens recht getrokken, maar in oorspronkelijke vorm in stand gebleven. De laatste dijkdoorbraak was in 1916. Daarvan zijn aan de Nijkerker kant van de polder nog de gevolgen te zien. Deze zijde is het gedeelte onder de gemeente Putten.  

In de zomer staan de schapen en jong vee in de wei, in de winter is het vaak erg nat. Maar dat maakt het gebied wel erg uniek. In de zomer is dit het land van de kieviet, grutto, tureluur en ganzen die er hun jongen groot brengen. In de winter is het een overwinterings plek voor vele ganzen, waaronder de grauwe gans, rietgans, kolgans en ook de canadese gans en de brandgas. Vanaf de weg zijn ze goed te bewonderen. Naast deze dieren zijn er veel roofvogels te vinden, zoals de buizerd en de torenvalk. 

Als je over de dijk wandeld is het een oase van rust. Tenminste, in de wintermaanden, want in de zomer geniet iedereen van deze prachtige natuur. Aan de ene zijde is er het weidegebied, aan de ander de oude zee. Er is ook in de winter veel te zien. En langs de dijk staan veel bankjes. Even tijd om alles in je op te nemen. 

Terwijl ik zo over het bevroren water kijk, hoor ik boven mij een troep kleine wilde zwanen. Dat wil je toch niet missen. In het water, onder aan de dijk, zie ik een paar knobbelzwanen. Ik noem het een wonder der natuur. Zoveel leven. Zelfs in de winter. 

==========================================

Deelerwoud

Op een vroege herfstochtend, het is nog vroeg, loop ik het Deelerwoud in. Een prachtig gebied. Meestal zijn er veel bezoekers in dit gebied, maar vandaag is het wat miezerig. De meeste mensen blijven liever droog. Ik niet. Samen met Pluk wandel ik rustig, want je weet nooit of er gelijk vooraan in het gebied al herten te zien zijn. Helaas. In de verte komt een rode bus aangescheurd. Ik zeg gescheurd, want het ging allerminst zachtjes. De stenen vliegen in het rond. Ik zet snel een stap opzij en neem Pluk mee.                             

 

Plotseling stuiven er enkele herten voor het busje langs. Het gaat maar net goed. Helaas. Voor mij is het niet mogelijk om een foto van de dieren te maken. Of toch. Aan de rand van de hei staan onder grove dennen een hinde met een kalf. Rustig zak ik door mijn knieën. Inmiddels heeft Pluk de herten ook gezien. Rustig gaat hij naast me zitten. Ondanks dat ik van mijn hond alle kans krijg om foto's van de herten te maken, lukt het me niet een mooi plaatje te schieten. Het is nog redelijk donker en de dieren staan toch wel op een grote afstand. 

 

Is mijn kans op wild verkeken? 

 

Plotseling zie ik achter een kleine heuvel een roedel damherten. Het lukt me nog net om een foto van de dieren te maken. Maar wie zag nou wie het eerst? Nou, de blikken zijn in mijn richting, dus laat me raden. Het duurt dan ook niet lang of deze dieren namen de hoeven. Eerst één, daarna volgt de rest. 

Als de herten uit het zicht verdwenen zijn, wandel ik met mijn maatje verder. Om me heen zijn vele paddenstoelen te bewonderen. Maar dan............

Over een volgende heuvel staat een jonge dame. Ze kijk nieuwsgierig in onze richting. Rustig zak ik op de knieën. Ook Pluk gaat heel rustig zitten. Het dier heeft geen haast. Inmiddels zijn er meer dames nieuwsgierig geworden. Onrustig zijn ze allerminst. Tijden heb ik daar gezeten. Genietend van deze prachtige dieren. Geen mens in de omgeving te bekennen. Het rode busje is al tijden geleden uit het gebied gereden. Fietsers mogen hier niet komen. Wandelaars laten het afweten. Ik vind het niet erg. Want zo kan ik heel lang genieten, in alle rust. Wat ben ik dankbaar voor deze prachtige beleving. Want bijzonder blijft het toch altijd. 

 

===============================

 

 

Heb jij de herfst al gezien?

 

Wat een rare vraag. Is dat niet het eerste wat in je opkomt? Natuurlijk heb je de herfst al gezien. Je kunt immers al niet meer in je korte broek lopen. En dat mooie zomerjurkje, ja, dat hangt allang weer in de kast. En wat te denken van al die mooie gekleurde bladeren aan struiken en bomen. Als dat niet genieten is. En al die paddenstoelen, wat een feest, zoveel soorten. Ja, die heb je alleen in de herfst. Je moet er echt een boek bij hebben, want anders weet je niet meer wat er allemaal aan paddenstoelen te vinden is. 

Maar diertjes, zoals vlinders, kikkers, ja, die zijn allang dood, of ze houden hun winterslaap. En bloemen dan? Nee, die zie je alleen in het voorjaar. 

 

Weet je dat heel veel mensen dat denken. En wat denk jij, zou het ook echt waar zijn? Hebben die mensen dan gelijk? Ja, natuurlijk liggen de korte broek en dat jurkje allang in de kast. En je hebt vast al wel een trui aan, lekker warm. Maar verder..............

 

Nee hoor. Want kijk maar eens goed om je heen en wandel maar met me mee.

 

Kijk, zie je daar die bomen, die heeft gele en groene bladeren. En zie daar, die boom heeft rode bladeren. Ach, en dat boompje heeft al bijna geen bladeren meer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

O, pas op, een mooie bloem. Weet jij wat dat is? Het is dopheide. Ja, die bloeien nu ook nog.

En daar, daar staat nog een braam in bloei. Wat zeg je? Of er nog bramen aan komen? Nee, dat zal niet meer gebeuren, want het wordt langzaam winter. En in de winter kunnen veel

Dan is het te koud voor de vruchtjes van de braam.

 

O, zie je daar die paarse bloemen? Dat is de dagkoekoeksbloem. Mooi hè. Zie je dat diertje? Daar, op een bramenblad.

 

 

Kijk eens goed. Is dat geen vlinder.

Oeps, daar trap je bijna op een kikker. Ja, die is ook nog wakker. 

                                                          Wat snuffel daar nou tussen de bladeren? Kijk, een hondje. Die vindt het vast net zo leuk als jij om lekker buiten te zijn. 

Heb je zo'n mooi blad al eens van dichtbij bekeken?  

Je mag hier niet aankomen. Het zijn paddenstoelen. Misschien zijn ze wel giftig. Daar kun je heel erg ziek van worden. Dus nooit aankomen hoor. Maar we kunnen wel kijken.

Dit zijn geweizwammetjes.  En weet je wat dit is? Dit is een vliegenzwam.

Zie je dat daar op dat heuveltje? Dat zijn 2 damhertjes. Die kijken naar ons. 

 

Wat heb je al veel gezien hè. Ga nog maar een keer mee naar buiten. Wie weet wat je dan allemaal gaat beleven. En misschien kun je dan een lijstje maken vaan alles wat je hebt gezien. En heb je een boekje van paddenstoelen? Neem dat maar mee naar buiten.  

 

============================

Dromen met de bomen

 

Het is nog geen 25 december en toch mag ik al wandelen in het Kroondomein.

Wat is het stil. Geen mens is in het bos. Op de meeste plaatsen hangen nog de bordjes gesloten tot. Maar hier zijn die borden alweer vervangen voor opengesteld tot.

Eerste Kerstdag gaat het gebied officieel open. Dan mogen we weer. Maar, met toestemming, had ik het geluk al in het gebied te mogen vertoeven. Wat een feest.

Rustig wandel ik het bos in. Vergezeld met mijn maatje Pluk. Ook hij is weer erg blij dat we naar binnen mogen. Het regent licht. De wind waait door de takken van de rustende beuken. Sommige onder hen kreunen onder de wind in het stille bos. Pluk kijkt omhoog. Hij weet wel waar al dat kreunen vandaan komt. 

In een spleet tussen het schors zit een beukennoot verstopt. Vast door een vogel, of een eekhoorn. Nu maar hopen dat het dier het nootje terug vinden kan. 

Even verder zie ik een grauw witte vlek op een liggende boomstam.

Eenmaal dichterbij zie ik dat het allemaal paddenstoeltjes zijn. Ze verkeren in staat van ontbinding. Het zijn allemaal witte bolletjes die tegen elkaar aan zitten. In goede staat vast een prachtig exemplaar. Helaas, nu even niet. Ondanks dat je geen grof wild ziet, is er genoeg te zien. Zo staat er naast de liggende boom een rottend stuk. In het rottende hout zitten allemaal gaatjes. In die kleine holletjes slapen allerlei insecten hun winterslaap. Als je goed luistert hoor je ze zachtjes snurken. Als dat eens zou kunnen. In de verte zie ik de heide van den Berkelaar. Prachtig geel steekt het pijpenstrootje af tegen de groene grove dennen. Midden op de hei staat een prachtige ronde den. Ik kan het niet laten er een foto van te maken. Is het geen mooi plaatje. Eerlijk gezegdt zie ik in mijn gedachten herten lopen. Diep in het dennenbos. Helaas, het is een hersenspinsel. Jammer. Maar niet te min, het blijft een mooie gedachten. Door het natte gras ligt een dierenpaadje, een wildwissel. Omdat het erg nat is in het bos, zie je de modder er bovenop liggen. Niet erg, want dat hoort bij het bos. Langs de paden en zelfs midden op het pad is de bostuinman/vrouw druk in de weer geweest.

Vaak hoor je mensen mopperen over het feit dat de wilde zwijnen het hele pad omwroeten. Dat noemt men vernielen. Maar dat is verre van waar. Want als je na langere tijd weer op zo'n omgewroete plek terug komt, zul je zien dat er weer nieuwe vegetatie ontstaat. De grond blijft open. Wat zou je zonder de wilde zwijnen krijgen? Een massiefe grond, waar geen ruimte meer is voor nieuwe planten en bloemen. Ook blijven de vele, vaak schadelijke larven in de grond zitten, die in het volgende jaar weer schade kunnen aanbrengen aan de bomen. Dus, het zwijn is een natuurlijke tuinman/vrouw. Wat zeuren we dan nog. Niet meer doen. Het is goed voor de bosbodem. Je kunt hier erg goed de arme grond 

tussen de pollen uit zien. Want wees eerlijk, Veluwe betekend toch Vale ouwe. Arme grond. Maar wat zijn wij rijk met onze Veluwe. De rust die in er kunt vinden. Tenminste, vandaag nog wel. Morgen gaat het gebied open en dan lijkt het net uitverkoop en gaat ieder weer dieper het bos in. 

Soms lijkt het hier een openbaar toilet. Nee, niet voor mensen. Die maken al troep genoeg. Nee, dit hoopje geluk is van een vos. Vers van de bakker, uh, ik bedoel de vos. Onder de dennen staat nog enige 

kleur van de rode vossenbessen. De bosbessen krijgen al grote knoppen. Nog even en dan zullen er blaadjes aan de struiken komen. Eigenlijk kan dat helemaal niet, want het is pas december. Maar ja, wat wil je. Ik loop nog in mijn T shirt, onder een temperatuur van 14 graden. Veel te warm voor de tijd van het jaar.

 

Als ik van het pad af ga, zie ik veel modder, waarin de wilde zwijnen hun zo geliefde bad hebben genomen. De vorse afdrukken van hun ruggen zijn duidelijk zichtbaar. Neuzen in de grond en prenten, dat zijn pootafdrukken, in het natte zand, modder dus. De geur van het zwijn is duidelijk waar te nemen. Van het dier zelf is geen spoor te bekennen. 

Als ik even verder weer tussen de statige beuken wandel, vallen mij een aantal dingen op. Wat is de natuur mooi, maar ook knap, en slim, bezit zelf veel kennis. En wij maar denken dat we als mens alles beter weten. 

Mijn oog valt op een gezwel aan een boom. Dit ontstaat door een klein diertje. De boom denkt, dat wil ik niet, en maakt stoffen aan. Daar wordt het diertje blij van en eet van het extra's. De boom maakt nog meer stoffen aan, waar het diertje nog meer van smult. Zo'n boom staat nog jaren in het bos. Gelukkig staan er heel veel rechte, gezonde bomen. Niet dat krom ongezond is hoor. Bestaat er zoiets als vriendschap onder de bomen onderling? Ik zou het bijna geloven. Langs het pad staan een den en een beuk. 

Daarvan is het net of de den zich over de jonge beuk heeft ontfermt. Daar wordt je toch best een beetje ontroert van. 

Het is net of de den de beuk heeft opgenomen in zijn stam. Ten tijden van de groei van de beuk, is deze waarschijnlijk te dicht tegen de den aan gegroeidt. Deze heeft op zijn beurt weefsel aangemaakt dat zich weer aansloot om de jonge stam van de beuk. Wonderlijk toch. Maar wel mooi om te zien. 

 

Maar er is nog veel meer waar ik me zo over verbaas. 

Ga je mee

 

Deze boom lijkt rimpels te hebben gekregen. Zou het van het vele denken hebben gekregen? Vast niet, al weten we dat niet zeker. Kijk eens naar deze boom. 

Een tak komt uit de stam en vervolgens verdwijnt hij er weer in en groeit mee met het geheel. Bijzonder toch. 

 

En hoe goed zorgt de boom voor haar nageslacht? 

Kijk eens naar de bovenste foto's. De beuken staan statig in het grote woud. Man vrouw in één. De beukennootjes komen uit hun napjes en vallen op de bosbodem, in de buurt van hun ouders. De kleine beukjes hebben voor 5 jaar voeding meegekregen. De kleintjes worden opgevangen door babysitters. Dat zijn de zwammen in de bosbodem. Samen met de oude boom, zorgen ze voor de kleintjes. Deze gaan groeien, maar er kan er maar één de sterkste zijn. Als de jonge boom al wat groter is gegroeidt, sterft de oude boom langzaam af en wordt tot voedsel voor haar kind. Grote en kleine zwammen helpen bij dit proces. Maar wat als een boom een zieke tak heeft, die afscheurdt bij een flinke storm. Dan zie je hetzelfde als bij een mens. De tak wil blijven leven, hij wil niet dood. Tot het laatste toe zal hij proberen bladeren te produceren. Er valt nog veel meer te vertellen over de bomen, maar dan oe je wel een keer met me mee gaan. Dus nieuwsgierig geworden?  

En wees eerlijk, oude bomen, al reeds gestorven bomen, ze zijn een plaatje in het bos. Een wonder schoon plaatje. Elke dode boom is niet dood, hij leeft. Zal ik je daar de volgende keer over vertellen? Dat doe ik tijdens één van mijn gidstochten. Ik hoop dat je genoten hebt van dit verhaal. Er volgen er vast meer. 

============================

 

Vroeg in de polder.

 

Wat is er mooier dan vroeg in de ochtend, als het nog donker is, wachten op de dag. Je ruikt het frisse land, je hoort de ganzen op de wei. Ik heb mijn bus op een betonnen brug geplaatst. Als ik het raam open, om er mijn camera op een rijstzak te leggen, snijdt er een koude wind in mijn gezicht. Als ik eerst denk, lekker dat windje, denk ik later, brrr, ik krijg koude handen. Bewegen kun je niet, want als er iets beweegt, zijn de vogels direct in de stress. Dus er zit niets anders op dan flink zijn en niet wiebelen. 

Maar als het me te heftig wordt, trek ik mij langzaam terug en zet eerst maar even een bak koffie. Mmmmm, daar warm je van op.

Ik kijk uit over een brede sloot. Het licht van de lantaarn weerkaatst op het water. Een mooi gezicht, dat wel.  

 Even een plaatje schieten. Voor ik deze foto heb gemaakt, verdwijnen er wel 10 in de prullenbak. Toch een voordeel, dat digitaal fotograveren. 

Wat hoor ik daar? Grote zwermen ganzen zijn van de startbaan opgestegen en gaan het luchtruim in. Kort over de bus, andere weer verder weg. Ik probeer ze te fotograveren, maar de sluitertijd is te langzaam. Opnieuw proberen. Nou nou. En ze vliegen ook nog niet eens langzaam. Grote groepen vormen zwarte plekken aan de nog vroege hemel, waarin het licht probeert door te dringen. Schitterend. Ik heb inmiddels mijn verrekijker gepakt. Zo kan ik ze nog beter volgen. Een tijdje gaat dat zo heen en weer. Waar gaan deze ganzen naar toe? Ik kan het ze niet vragen, ze zijn te ver weg. En een telefoonverbinding met de ganzen is nog niet uitgevonden. Trrouwens, ik spreek geen gans, dus dat zou ook niets opgeleverd hebben. 

Er komt weer een kudde ganzen in mijn richting. Zou het dan toch? Snel de camera pakken en schieten.  

Daar gaan ze. Het zijn allemaal Brandganzen. Je weet wel, die zwart witte. Wat zie ik in mijn ooghoek? Een grote zilverreiger. Snel de camera draaien. Woa, hij heeft een vis in zijn snavel. Voor de vis.....ah,zielig. Voor mij, mooi om te zien. De zilverreiger wordt weggejaagd door een blauwe reiger. Die gunt hem geen vis uit zijn sloot. Telkens weer doet de zilverreiger een poging om ook in de sloot te vissen. Maar helaas, het blijft bij dat ene visje.

 Met de vis in zijn in zijn snavel roept hij nog na, hahahaha, ik heb 'm lekker toch gevangen. 

Na nog enkele pogingen om toch aan de sloot te kunnen staan, besluit de zilverreiger om het elders te proberen.

Een aalscholver kijkt hem na. Maar het schaap kan het toch niets schelen, die graast op zijn knieën verder. 

Dan besluit ik om weer naar huis te gaan. Het is koud. Maar ondanks dat heb ik enorm genoten.

 

 

 

 

===============================

 

Voorjaar in december.

 

Wat verwacht jij in december?

Vaak verwachten we al met kerst een heleboel sneeuw, want dat hoort er toch bij?

Hoe vaak hebben we een witte en hoe vaak hebben we een groene kerst gehad?

Maar dit jaar slaan alle nieuwe records de oude omver. Het lijkt wel voorjaar.

Nog altijd loop ik op mijn T shirt buiten.

De temperaturen zijn ver boven normaal. En dat zie je terug in de natuur.

Planten lopen uit.

De wikke heeft haar stengels al hoog opgebouwd. Zo vangt zij het meeste licht.

Maar wat als het zo meteen wel gaat sneeuwen? 

Wij maken ons zorgen over wat er nu allemaal al aan het uitlopen is. Maar weten we dan nog niet dat moeder natuur het zelf allemaal wel aan kan? Ja, het is zeker dat het de planten energie kost. En de dieren? Vele zijn alweer aan de wandel, opzoek naar voedsel. Maar dat is er nauwelijks.

Er zullen er sterven, maar er komen ook weer nieuwe, verse uit de eitjes, cocon of knopjes gekropen.De natuur lijkt vredig, maar in werkelijkheid is het een zwaar leven.

Wat wij doen is vaak medelijden hebben met de dieren, dat mag. Maar soms regelt de natuur zijn eigen weg. Een ieder die nu wakker is, zal het in het voorjaar extra moeilijk hebben. Enkele zullen sterven, andere krijgen net op tijd toch genoeg voedsel. Knoppen van bomen en planten lopen uit. Wat nu als de vorst toe slaat? Gaat dan de boom dood? Nee, de boom gaat niet dood. Er kan wel schade ontstaan aan de reeds uitgelopen bladeren. Het hangt sterk af van het vocht dat binnen de knop aanwezig is. Voor dieren geld, zijn ze nu nog/al wakker, dan is de kans dat ze voedsel kunnen vinden klein tot nihil. Ze gaan dan de winter in met een ondergewicht. De vetten die opgeslagen zaten voor de rustperiode, zijn verbruikt.

Voor andere geld, er is nog genoeg wakker en valt ten prooi aan b.v. vogels of spinnen. Het is voor ons allemaal niet te bevatten. Maar geen zorgen, de natuur, de Schepper van alles, heeft het goed gemaakt.

 

Geniet van alles wat je nu nog ziet. Bewonder het en verwonder je. 

Kijk eens naar die mooie zwam, daar aan de stam van een dode berk. Is het geen schoonheid. De zon schijnt over het bolletje van de paddenstoel. En kijk eens naar dit gevallen eikeltje. Het weet zelf de weg naar moeder natuur te vinden. 

Is het geen wonder!

 

Je hoeft niet ver te gaan, want ook in je eigen tuin is er verwondering en bewondering.

 

============================

 

Bijzonder in november.

 

Wat verwacht u/jij in de novembermaand in de natuur te vinden. 

Even de hond uitlaten. En waar is dat het fijnst dan even in de stilte van de natuur. Nou ja, stil is het allerminst. Maar dat geeft eigenlijk niet. Het is een klein natuurgebied bij ons in de buurt. Samen met mijn maatje Pluk stap ik uit de bus, sluit de deur. Maar voor ik de autodeur op slot kan draaien, trekt hij me bijna omver.

Wat is het toch heerlijk najaarsweer. De zon schijnt, er is weinig wind. Je kunt goed merken dat het de afgelopen dagen veel heeft geregend. Ik zak tegelmatig in de modder. Helaas heb ik mijn schoenen aan. Zo goed en zo kwaad het gaat probeer ik langs de blubber heen te lopen. Wat zie ik daar?

      

Prachtig. Tussen het mos, aan een dode boom, hangen deze prachtige zwammen. Het is het ruig elfenbankje. ateen mooie waaier en wat schitterd hij tussen dat groene mos. Even een plaatje van schieten. Het gebied waar ik wandel heet Bunt. Het is een klein natuur gebied en ligt tegen het natuurgebied Slichtenhorst aan. 

Regelmatig wandel ik hier, samen met Pluk. En altijd is er wel wat te beleven.

In het gebied is een kleine plas. Hier kun je het ijsvogeltje aantreffen. 

Een tijd lang heb ik bij de plas gezeten. Vandaag geen ijsvogeltje te zien.Niet te min is het heerlijk om even aan de plas te zitten. Alleen al de spiegelbeelden in het water zijn bijzonder. Kijk maar. 

                                                                    

De rust die het stille water  weer geeft is zo mooi. Zelfs Pluk geniet van de rust. Kijk eens hoe strak het water staat, mooi he. 

Als ik weer op sta om terug te wandelen, zie ik voor mij een mooie paddenstoel, waarvan ik de naam niet ken. Dus die slaan e nu even over. Maar als ik naar de takken van de bomen kijk, zie ik dat de knoppen op de komende kou gekleed zijn. Wonder van de natuur. 

                                    

Maar dan valt langzaam de avond. We gaan naar huis. Maar zie je hoeveel er nog in de natuur te zien is. En dat kan ook bij u/jou in de buurt zijn. Ga er op uit en kijk goed om je heen. Je zult verrast zijn wat je ook nu nog tegen komt. Veel plezier allemaal. 

=================================