Vogels

Vreemde vogel in het land

Kraanvogels in Nederland

Wat een vreemde vogel loopt daar in de wei. Wat zou het toch zijn? Hoor je dat geluid? Het lijkt wel of ze op een trompet blazen. Even de verrekijker erbij pakken. Zo, nu kunnen we zien wat daar eigenlijk staat. O, prachtig. Het zijn Kraanvogels. Ik heb ze wel vaker in Nederland gezien, maar dan van grote afstand. En nu staan ze bijna voor je, wat is dat mooi. Snel de camera erbij pakken, want wanneer krijg je weer zo'n kans, het zijn immers wilde vogels, gasten in ons land.

kraanvogel

Plotseling beginnen ze te roepen. Wat een geluid. Als je daar toch eens naast stond, verging je het horen. Gelukkig is het wat verder af, maar duidelijk te horen. Geweldig dat dat zomaar in ons land kan. Als nu de zon hoog aan de hemel had gestaan, had ik me zo in Afrika gewaand. We wandelen door een hoogveengebied in Nederland, een uniek gebied. Het Fochteloërveen. Maar ook in het Dwingelerveld komen de kraanvogels broeden. Deze winter hebben we daar ook een bezoek aan gebracht, toen viel het aantal vogel, vergeleken met Polder Arkemheen, erg tegen. Natuurlijk wel heel mooi om in zo'n uniek gebied te kunnen wandelen. Maar nu was het een oase van Kraanvogels.

DSC 0037 2 kopie

Wat is het voor een vogel?

Kraanvogel, (Grus grus) Komt uit de familie kraanvogels. Hij wordt ook wel de Europese kraanvogel genoemd. De vogel broed in Hoogveenmoerassen. En waar vind je dat beter als in het Fochteloërveen. Meestal zie je alleen de doortrekkers in ons land. De vogel is geen bedreigede soort. Maar krijgt in dit gebied wel de nodige rust om het nest tot een goed einde te volbrengen.

De kraanvogel lijkt kleiner dan de ooievaar, maar in werkelijkheid is hij groter. Deze is gemiddeld 107 cm en de kraanvogel van 95 tot 120 cm groot. De spanwijdte van de vleugels is van 1.8 tot 2.4 m en de lengte van de vogel is tussen 1 m en 1.30 m. Het verenkleed is blauwgrijs en zijn vlucht majestueus. Achter op de kop is het wit en zijn keel zwart. Boven op zijn kop zie je de bekende donkerrode kruin zitten. Voor de broedperiode hebben de vogels een opvallende balts. Ze springen en dansen om elkaar heen. Het is prachtig om te zien. Dan is het tijd voor de nakomelingen. Meestal krijgen de kraanvogels één jong. Het is een nestvlieder. Dat betekend dat het jong het nest verlaat voordat het kan vliegen. Dit om aan roofdieren te ontkomen. De ouders blijven dan met het jong in de beschutting. Het jong wordt gevoed totdat het zelf kan vliegen. Ze zijn geen moeilijke eters, eigenlijk eten ze van alles. De vogels zitten in tijdelijke rustgebieden, afgesloten wandelpaden. Dat geeft de vogel rust om het ei en daarna het jong succesvol groot te brengen. Daarom is ook van een ieder van ons gevraagd respect te hebben voor de beheerders van zo'n gebied en blijf op de aangewezen paden. De hond mag mee. Maar denk nu  niet, mijn hond gaat er niet achteraan. Hou je hond, zoals op de borden staat vermeld, aangelijnd. Dan kunnen we met z'n allen nog lang van deze gebieden genieten.

 

Wie gaat er mee op jacht

Vandaag gaan we op vogeljacht. Wie gaat er mee?

Het is een onstuimige dag. Veel regen is er voorspelt, maar dat valt reuze mee. Wel staat er een zeer harde, stormachtige wind op de Zeedijk. Af en toe lijkt het zonnetje een gaatje in het wolkendek te vinden, maar het lukt haar niet daar doorheen te breken.

Allereerst gaan we naar Nekkeveld, in polder Arkemheen. Daar is een verscheidenheid aan weidevogels te bewonderen. (Als je eenmaal door deze polder bent verwent, valt het elders, prachtige gebieden, vaak wat aan hoeveelheden tegen.)  

Het is er vrij rustig wat mensen aan gaat, maar de roep van de vele soorten klinkt over de nog kale akkers. Het is half maart. De grutto is al enige tijd terug in de polder. Kievitten zie je het hele jaar door, maar van de meeste vertrokken vogels zijn er ook alweer veel terug. Zelf zijn de eerste kieviteieren alweer gevonden. Een bekend spreekwoord luid: "In mei leggen alle vogels een ei. Behalve de koekoek en de griet, die leggen in de meimaand niet". Ja, zou het echt zo geweest zijn? Nu in ieder geval niet meer. In maart vind je de eerste kieviteieren. Maar ook de grauwe gans weet er wat van. Om over de nijlgans maar te zwijgen. Andere vogelsoorten wachten het nog even af. Zo is het warm en zo weer ligt er een laagje sneeuw. Dat gaat nog wel even door. Vandaag krijgen we de vele grutto"s te zien, tiedewietuw tiedewietuw, prachtig klinkt het over het natte landschap. Dujuju dujuju, ook de turelier laat van zich horen. Dieüwiet diüwiet, kievitten baltsen in de lucht. Soms achterstevoren. Want de wind waait hen haast weg. Je hoort fluiten. Niet van de wind, nee, het zijn de smienten. Het zijn eenden en eenden kwaken toch? Ja, maar de smient doet dat niet. Kijk daar.........daar zwemmen meneer en mevrouw nonnetje. Prachtig dat witte kuifje en die zwarte plek op zijn kop. En nog een iets wat vreemde vogel, het is de grote zaagbek. Hij heeft geen vrouw bij zich. En nog meer verbazing voor mijn gast op jacht mee, vele kemphanen en strandlopers foerangeren langs de waterkant in het doordrenkte weiland. De camera's draaien overuren. Een kreet van "oh, howes, wauw" klinkt door de auto. Vol verbazing. Hij dacht alleen de zeearend of visarend te zien. Helaas, die komen op een ander tijdstip. Spreeuwen vliegen als een wolk door het luchtruim. Sterke vogel hoor. En er is zoveel meer te zien. Zwarte ibes, koereiger, zilverreiger en blauwe reiger. Zoveel eenden, zaagbek en nog veel meer. Dan verlaten we Nekkeveld en gaan via het industrieterein, de Arkervaart, richting Putter polder, onderdeel van polder Arkemheen. Aan het einde van de zeedijk parkeer ik de auto en we besluiten om de dijk richting Nulden op te lopen. Nou, nou, wat een wind. Je waait er bijna af. Toch een geluk dat we de stap hebben gewaagt. Want buiten kuifeenden, smienten, wilde eenden en nog meer, was ook daar een zaagbek te bewonderen. Foto's maken was wat lastig, want je had al moeite om rechtop te blijven staan. Na enige tijd elkaar niet te kunnen verstaan en alles vast houden tegen de wind, besluiten we om maar terug te gaan. Er zijn nog meer mooie plekken in de buurt. En zo reizen we af naar Harderwijk, Knardijk. Daar moeten we eerst een stuk lopen, maar komen wel uit bij een vogeluitkijkhut. We hebben onze laarzen aangetrokken, want na al die regen is het hier behoorlijk nat. De wind waaid natuurlijk ook hier, maar tussen al dat riet is het wel een stuk aangenamer. Als we daar zijn aangekomen, nemen  we plaats op de bank en leggen de camera's in de aanslag.

slobeenden 33

Zoveel slobeenden en een enkele pijlstaart zwemmen vlak voor ons.

slobeenden eten

Grauwe ganzen en knobbelzwanen zwemmen wat verder op het water. Maar met de verrekijker kun je ze goed waarnemen. We hebben wel een beetje spijt dat we onze koffie/thee niet hebben meegenomen. Het is, na een tijd gezeten te hebben, toch best koud. Maar het plezier om naar de slobeenden te kijken, geeft ons een warm gevoel. Rustig liggen ze in het water, er zijn geen ruzie's. Mischien is er daarvoor toch te veel wind? Af en toe vliegen ze een stukje terug, want de wind waait hen het meer op. De pijlstaarten duikenen, maar de slobeenden steken gewoon hun kop in het water en halen dan het lekker naar boven. Langzaam aan wordt het tijd om te reis te beëindigen. We wandelen terug en genieten nog van het nieuwe jonge groen. Maar wat zien we daar? Drie rode kelkjes steken hun kopjes net boven het groeiende groen uit. Kelkzwammen. Koud of niet, stijve knieën, maar toch even een foto maken. ......................Dan komen we terug bij de auto. Laarzen gaan weer achterin, koffie en broodje mee naar voren en genieten van het heerlijke vocht in onze bekers. Even de  moter starten en wat warm worden. Heerlijk is dat. En natuurlijk smaakt de koffie/thee uitermate lekker, heerlijk gewoon. Dan vertrekken we van daar. Via de Sternweg gaan we terug naar de dijk. En via de Groenewoudseweg, even een stukje door het bos, naar Gelderland, waar we langs de Arkervaart nog even genieten van de weidevogels. Het was een topdag. Veel hebben we gehoord, veel hebben we mogen zien. Prachtige foto's zijn er gemaakt. We hadden de tijd, de rust en het geduld. Twee natuurvrienden op pad met maar één doel, mooie plaatjes schieten, maar vooral genieten.

 

Liefde op het eerste gezicht

Ben jij wel eens verliefd geweest.

 

Wat een vraag, ben jij wel eens verliefd geweest. Natuurlijk ben jij wel eens verliefd geweest. Want wees eens eerlijk, vond jij dat meisje, die jongen, op de kleuterschool, of voor de jongere, eerste klas basisschool, ook niet zo leuk? En had je toe ook niet eens het gevoel dat je niet kon slapen, want je dacht alleen aan die jongen, dat meisje. O, was het maar vast morgen, want dan.........

In de mensenwereld gaat dat zo, dat weten we allemaal. Maar in de dierenwereld is het niet anders. O.k., het is dan misschien niet zo dat er vlinders in de buik van het dier kriebelen, maar er is wel een ate van verliefd zijn. 

Kijk eens naar deze twee grote bonte spechten. Zien ze er niet verliefd uit? Echt wel. Moet je eens kijken hoe de één zijn best doet voor de ander. Helaas kun je dat hier niet horen, maar op het moment van deze foto waren de spechten luid aanwezig met een aanzoek tot.........

Ja, tot wat eigenlijk? 

Nee, er komt geen verlovingsring aan te pas. En later is er ook geen trouwboekje. Maar cadeautjes komen komen er wel aan te pas. Want zowel het vrouwtje als het mannetje kloppen op taken en stammen alsof hun leven er vanaf hangt. Ik zou er hoofdpijn van krijgen. Jij dan? Maar zij niet. Dat is het cadeautje aan elkaar. Maar hoe kan het eigenlijk dat wij wel hoofdpijn krijgen en zij niet? Heb jij wel eens gehoord van een schokdemper? Die kunnen op je fiets zitten, en in auto's. Vraag het maar eens aan je ouders. Nou, zo is het ook met de hersennen van de grote bonte specht. Zijn hersennen zijn verpakt in een soort schokdemper, waardoor de klappen van hun snavel opgevangen worden. Daarom krijgt een grote bonte specht geen hooefdpijn. Onze hersennen hebben geen schokbreker. Als wij hard op ons hoofd vallen, krijgen wij hoofdpijn. Of zelfs een hersenschudding. Misschien heb je dat woord al eens gehoord. 

Maar nu terug naar de verliefde spechten. Als de spechten elkaar lief vinden, worden ze samen een paartje. De vogels gaan samen paren. Mischien heb jij ook wel eens twee vogels boven op elkaar zien zitten. Dat noem je dus paren.

Dan gaan de spechten een nest zoeken, soms een oud spechtennest, of ze maken een heel nieuw nest. Dat doen ze door, het liefst in een oude, zieke berk, een gat in de boom te hakken. Met hun snavel dus. Als vloerbedekking leggen ze reepjes hout op de bodem. Als het nest klaar is, legd het  vrouwtje haar eieren in het nest. Vier tot zeven witte eiren. En nee, het is niet zo'n mooi bedje als waar jij als baby in gelegen hebt, nee, de eiren, en later de jonge spechtjes, liggen gewoon op de houten vloer van het nest. Daarna broed ze zelf haar eieren uit. Dat duurt ongeveer 14 tot 16 dagen. Als de kleintjes, allemaal binnen 24 uur, uitgekomen zijn, krijgen ze van vader en moeder specht te eten. En dat ze altijd maar honger hebben, dat kun je van verre al horen. Misschien heb jij ook wel eens spechten gezien of gehoord. Als je in het bos bent, luister dan goed of je iemand hoort kloppen. Hoor je het al? Dat is dan een specht. 

Als de kleintejs drie weken oud zijn, verlaten ze het nest. Maar als je denk dat vader en moeder specht nu rust krijgen, heb je het mis. Want de jonge spechten blijven  nog wel twee weken bij vader en moeder bedelen om voedsel. Daarna moeten ze het toch echt zelf doen. 

Wintergast 2

Waarom wintergast 2?

 

Helemaal onder de indruk was ik van het smelleken. Nee, ik wist het zeker. Maar wat is moeder natuur slim. Of vaak ook lastig. 

Heel bijzonder, maar ook heel erg ingewikkeld. 

Waarom schrijf ik dit stukje nu? 

Om de eenvoudigen rede dat het smelleken geen smelleken is. Het is namelijk zo dat jonge havikken ook deze dwarsstrepen hebben. Deze verdwijnen naar mate ze volwassen worden. Dan staan de strepen vertikaal op de borst. 

Omdat dit dier laag over de weide vloog, was de verwarring groot. Maar doordat ik het dier op een andere dag weer zag vliegen, en toen hoger, zoals een havik dat doet, ging ik twijfelen of het wel zekers was dat de vorige vogel een smelleken was. Ik heb daarop contact gezocht met de vogelvereniging. Daar kwam het antwoord, het is een jonge havik. Niet minder mooi, maar wel minder zeldzaam.

En zo zie je dat moeder natuur nog vaak een addertje onder het gras heeft. Of liever gezegd, nog meer variatie in streepjes heeft. 

Wintergast

 

Wintergast.

 

Niet op wintersport, maar gewoon in ons eigen landje.

Rustig zit ik buiten in het late winter zonnetje, toen ik plotseling kraaien in paniek zag raken. Duiven schieten van schrik alle kanten uit. Merels begonnen te roepen. Gaaien en eksters krijste het uit. Wat is er toch aan de hand.

Niet lang daarna zie ik in een gekortwiekte beuk een roofvogel zitten. Met een duik laat hij zich naar beneden vallen. Eenmaal de wind onder de vleugels zorgt hij voor nog meer paniek bij de andere vogels. Dan zweeft hij weg en verdwijnt achter de bomen.

Wat was dat voor roofvogel?

Eenmaal thuis zocht ik in mijn vogelboek. Ik was er niet zeker van, dus maar even Google. En ja hoor, hij was het toch, het smelleken.

 

Smelleken, Falco columbarius, de naam zegt het al, behoord tot de valken. Het is een klein, onopvallend valkje. Maar dat geld alleen voor ons mensen, want de andere vogels schreeuwen, bij het zien van deze gast,  het uit van angst. Dus zo onopvallend is hij ook weer niet.   

Het smelleken is de kleinste roofvogel van Europa, Met een spanwijdte van ongeveer 50 cm. Het beschermt fel zijn territorium tegen indringers. Jaagt het liefst in open gebied met enige begroeiing. Weidegebieden, maar ook akkers en heidelandschap is zijn favorieten jachtgebied.  Zijn voorkeur van voedsel is kleine vogels. Leeuweriken, vinken en andere kleine vogels behoren voor 80 % tot zijn prooi. Het smelleken is duidelijk te herkennen aan zijn vlieggedrag. Snel en laag boven de grond. Zo overrompelt hij zijn slachtoffer.

Smellekens broeden in oude nesten van andere roofvogels of kraaien.

In mei/juni legt het vrouwtje 4 of 5 eieren. Het broeden wordt door beide ouders gedaan. Na ongeveer 30 dagen worden de jonge geboren. De jongen blijven 17 dagen in het nest. Dan beginnen ze met vliegen. Pas na 26 dagen verlaten ze definitief het nest.

 

Helaas geldt, net als voor andere roofvogels, dat ze bejaagd of vergiftigd worden. 

Wees zuinig op wat we hebben. Geef ook de roofvogels ruimte om te leven.

Je kunt een reactie achter laten in het gastenboek.

Of stuur een bericht naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Zwaluw gezien

Een zwaluw brengt nog geen zomer. 

Geloof het of niet. 

Het is vandaag 28 maart 2015. Trofeeëndag op kasteel Middachten. Met bewondering staan we te kijken hoe een Slager uit Emst/Oene een ree staat uit te benen. Stukjes vlees worden op de BQQ gelegd. Maar dan verplaatst onze aandacht zich naar de grijs wordende lucht boven ons. Zagen we het goed? Ja, daar is hij weer. Een zwaluw vliegt rondjes oven kasteel Middachten. In Nederland lijkt het meer herfst dan lente. Maar met het zien van deze zwaluw, krijg je, ondanks het koude winderige weer, toch een beetje lente in je hoofd. 

 

Vraag, wie heeft er voor 28 maart al een zwaluw waargenomen? Schrijf het in het gastenboek. Of stuur een malbericht naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

Vogels en vogels

Vink man

Merel wacht op haar beurt

Koolmees duikt in de pinda's

Huismus en Heggemus

Gaai zoekt tussen de doppen

Gaai kijkt naar binnen

Wilde eenden in de vijver

 

Heb jij dat ook wel eens, zo'n zin in de lente? 

Hier verschillende vogels in een kleine tuin. 

 

Het Goudhaantje

Klein vogeltje

Tijdens een korte rondwandeling in het Kroondomein, hoorde ik hoog in de toppen een zacht geluid. Kleine vogeltjes hupte van tak tot tak. Ik pakte mijn kijker en richtte die naar de toppen van de bomen.

En zie, de kleine vogeltjes waren goudhaantjes. Vrolijk maar zeker klein, want het vogeltje weegt maar 4 tot 7 gram en is zo'n 8,5 cm groot. Het vogeltje is een trekvogeltje, maar in Nederland is hij het hele jaar te bewonderen. Zijn geluidjes zijn door oudere mensen vaak minder goed of niet meer te horen. Ja, ons gehoor gaat met de leeftijd mee. Kijk goed in de toppen van bomen in een gemengd bos. Een kans dat u/jij ze ziet.

Wulpen

Wie een wulp eenmaal gezien heeft, zal hem niet snel meer vergeten. Wulpen zijn bruine vogels, die behoort tot de familie strandlopers. Hun snavel is kromgebogen naar beneden. Met een gemiddelde grote van 50/60 cm een gewicht tot 1500 gram en een kromme snavel tot wel 15 cm, is de wulp de grootste steltloper van west Europa. Hun voedsel bestaat uit regenwormen en andere ongewervelde dieren. De punt van zijn snavel is gevoeliger dan van andere steltlopers, waardoor ze in staat zijn hun voedsel dieper uit de bodem te halen. Een wulp legt 4 eieren, beide ouders broeden en de jongen worden eveneens door beide ouders groot gebracht. Ze hebben één broedsel per jaar. Naast de wulp is er ook de regenwulp. Deze vogels hebben een donkere oogstreep en een kruinstreep. Deze ontbreken bij de wulp. En in de vlucht zijn bij de regenwulp duidelijk de witte stuit en onderrug zichtbaar.   

 

Blauwe reiger

Blauwe reiger

 

De blauwe reiger is een grote vogel, een waadvogel, uit de reigerfamilie. Het is tevens de bekendste uit deze familie. Met een lengte van 90 tot 98 cm, is hij gemakkelijk te herkennen. Je zult hem niet snel over het hoofd zien. Wel is het moeilijk om te herkennen wat de man of de vrouw is. Beide geslachten zien er vrijwel hetzelfde uit. Hij heeft een gemiddeld gewicht 2 kilo. En als je goed om je heen kijkt zie je hem langs de waterkant of midden in een weide staan.

 

De volwassen vogels hebben een witte kop met zwarte wenkbrauwstrepen. De jonge vogel is eerst grijs van kleur. Maar tijdens zijn nestperiode krijgt hij hetzelfde uiterlijk als zijn ouders. Aan de achterkant van de kop zitten zwarte, lange veren. Zijn snavel is geel en dolkvormig. Maar tijdens de broedperiode kan de kleur ook roodachtig zijn. Zijn poten zijn lang en dun en hebben ook deze roodachtige kleur.

 

De blauwe reiger eet voornamelijk vis. Maar is ook een vleeseter. Want al bestaat voedsel voornamelijk uit kleine dieren, zoals vis, ook kikkers en jonge eendjes, die er smakelijk naar binnen gaan. Ook insecten en andere kleine zoogdieren worden buitgemaakt. Soms zie je een reiger met een jong haasje in zijn snavel. Maar door de S bocht in zijn hals, kan de reiger de prooi niet meteen doorslikken. Wanneer hij een grote vis heeft gevangen, moet hij eerst zijn nek strekken, voordat de prooi naar binnen kan. Als hij zijn nek strekt verschuift hij zijn halswervel, waardoor er een lange, rechte buis ontstaat.

 

Tijdens het jagen staat de reiger doodstil langs of in het water te wachten tot zijn prooi binnen bereik komt. Maar bespeurd de reiger onraad, dan gaat hij er snel vandoor. Verder is de reiger een geduldige vogel. Want wees eerlijk, wacht jij zolang op je hapje?

 

Bij het opstijgen neemt de reiger een  pasje achteruit, gaat door de knieën en duwt zich omhoog. Dat kun jij zelf ook waarnemen. Dus, ogen goed open houden wanneer je een reiger ziet staan. Het is goed mogelijk dat je dat met eigen ogen kunt waarnemen. In de vlucht heeft de reiger zijn lange hals in een s-vorm gevouwen. De poten zijn naar achteren uitgestrekt.

Een reiger vliegt met een matig snelle vlucht en een diepe vleugelslag, waarbij de vleugels voortdurend gebogen zijn.  

 

Reigers broeden van februari tot juni in een kleine kolonie. Het nest wordt in de top van oude bomen gemaakt. Maar ook in rietvelden of kragen kun je zomaar, het zit wel goed verstopt hoor,  een reigernest tegenkomen. Hij legt er takken op en in elkaar. Een fraai nest is het niet, wel functioneel. En daar gaat het toch ook om. De broedtijd bedraagt ongeveer 23 tot 28 dagen. Waarbij zowel het mannetje als het vrouwtje de eieren uitbroeden. Dat broeden geschied al vanaf het eerste ei. De jongen blijven zo’n 50 dagen op het nest. Het vrouwtje legt 1 legsel per jaar, dat bestaat uit 3 tot 5 eieren. De eieren zijn ongevlekt en hebben een blauwgroene kleur, zonder glans. Het ei is gemiddeld 60 bij 43 mm. Als je onder zo'n reigerkolonie doorloopt, zie je vaak kapotte eieren onder de nestboom liggen. Soms met een bijna volgroeid jong erin. Pas op dat je geen flatsj op je hoofd krijgt. Want zoals een spreekwoord luid, schijten als een reiger. Mijn excuus voor het taalgebruik. Vaak zijn de eieren bevuild. Het nest wordt meerdere jaren achtereen gebruikt, al worden er elk jaar wel frisse takken bovenop gelegd, zodat het er een beetje fraai uitziet. De broeddichtheid van de blauwe reiger is nergens zo groot als in Nederland. En ook al broed hij in een kolonie, de reiger is een solitaire vogel. Toch zien we ze vaak dicht bij de mensenwereld. Je kunt de reiger tot zelfs aan jou vijver tegen komen. Want zo een maaltijd op je bord krijg je ook niet elke dag. Dan verorberd hij jou goudvis. Maar ook een jonge koikarper slaat hij niet af. Jij hebt er veel geld voor neergeteld, maar dat ziet de reiger er niet vanaf. Een beurs heeft hij immers niet. Kun jij je nu nog voorstellen dat de reiger vroeger een schuchtere vogel was? Vast niet. Vanaf 1963 is de blauwe reiger een beschermde vogelsoort. 

 

Het gebied van de reiger bestaat uit sloten, meren, rivieren, vochtige weiden. En zelfs aan de zeekust is hij waar te nemen. Toch blijven voor de reiger Noord en zuid Holland en Friesland "DE" favorieten provincies vinden. En ook al zien we de reiger het gehele jaar door in ons land, er zijn er ook die trekken naar warmere oorden.

 

In strenge winters hebben de reigers het erg moeilijk. Voorbeelden zoals dat het geval was in 1978/79, 84/84 en 85/86. Toen is de populatie reigers flink gedaald. Maar bij gunstige omstandigheden kan de reiger gemiddeld 25 jaar oud worden.

 

Je hebt vast wel eens een reiger horen roepen. Zijn geluid klinkt dan diep en rauw. Dat hoor je ook op het nest, maar dan maakt de reiger ook een snavel klapperend geluid, met verschillende rauwe en krassende geluiden. Kortom, ga eens mee met een reigerexcursie. Of wandel eens, rustig, onder zo'n kolonie door. Verstoor de dieren niet. Want dat brengt onrust en kunnen de jongen sterven. En dat willen we toch niet. Kom, kijk en geniet, van alles wat je ziet.

 

Wat vind jij van de blauwe reiger? Schrijf er eens over. Je kunt het sturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. Dan plaats ik jou stukje op deze website. Je mag natuurlijk ook een berichtje in het gastenboek achter laten. 

 

 

Buizerd

 
 

 

 

 

 

 

 

Buizerd

De meeste mensen kennen hem wel, de buizerd. Een roofvogel die je overal in Nederland tegen komt. Meestal is hij bruin, maar je komt ook bijna helemaal witte buizerds tegen. Je herkend een buizerd in vlucht aan zijn brede, hoekige vleugels, een gespreide korte staart en een korte hals. De spanwijdte van de vleugels is ongeveer 113 tot 18 cm. En de lengte van kop tot staart ongeveer 51 tot 57 cm. Tijdens zijn vlucht laat hij regelmatig een luid miauwende roep horen. Het is de meest voorkomende roofvogel in Nederland. Het voedsel van de buizerd bestaat uit muizen, konijnen en andere kleine dieren. Helaas worden deze vogels vaak slachtoffer van aanrijdingen in het verkeer. Voor de  buizerd geld, waarom zou ik moeilijk doen, als het makkelijk kan. Je treft de buizerd vaak aan op een paaltje langs een weiland. We lezen de laatste jaren over aanvallende buizerds op mensen. In principe valt hij nooit mensen aan. Maar als je een nest jongen hebt, wat zou jij doen als buizerd? Je nageslacht toch verdedigen. Nou, dat is nu precies wat hij doet. Zijn kroost verdedigen. Het zijn individuen onder de buizerds, die mensen wegjagen. Meestal blijft het bij een schijnaanval. Maar wij mensen houden nu eenmaal van een spannend verhaal.