Weet je dat

derde verslag foto presentatie Zorgerf Putten

Verslag van

Derde foto-presentatie

Zorgerf "Buiten Land"

 

IVN Nijkerk Grijs, groen en gelukkig

 

02-01-2018

 Beste allemaal,

allereerst wil ik jullie allen een goed 2018 met veel geluk en vrede toewensen. Een nieuw jaar ligt voor ons. Een jaar waarvan we niet weten wat het brengen zal. Dat is maar goed ook. Maar we mogen wensen/hopen op een mooi jaar, waarin wij als IVN Nijkerk, weer veel op het programma hebben staan. Een daarvan is het Landelijk project "Grijs, groen en gelukkig". Voor mensen waar buiten zijn vaak moeilijk is, de natuur mee naar binnen nemen.

Vandaag was het weer zover. De derde foto-presentatie/vertelling is geweest. Vandaag in hofje 1.

Zoals ook de vorige keren, was ik ruim optijd, 3.00 uur, aanwezig. Ik heb even gemeld dat ik aanwezig was en zag dat veel bewoners al in de huiskamer zaten. Sommige zelfs met bezoek. Nou, dat is gezellig. Ik viel niet met mijn neus in de boter/koffie, want de koffie was al op.

Ik heb mijn kar weer vol geladen en kan hem zo uit de auto tillen. De vos steekt er met kop en schouder bovenuit. Buiten is het even hobbelen over grind en stoep en binnen is het wat smal. Maar met geduld kom je een eind. Eenmaal in de huiskamer, wordt er speciaal voor deze middag, even de boel omgebouwd. Ja, ik heb wel wat ruimte nodig hoor. Maar de begeleiding is zeer behulpzaam. En weldra staat alles op z'n plek. Ik begin de kar uit te ruimen. Allereerst mijn scherm, daarna de cd-speler, de bladeren, takken en opgezetten dieren. Projectortafel en laptop en het feest kan beginnen. Ik heb de presentatie iets aangepast. De vorige keer hadden we nog wat dor blad aan de bomen, deze keer was het meer winterweer.

Iedereen zat heerlijk warm in de huiskamer en had goed zicht op het scherm. Al bij de eerste foto kwamen er vragen. Deze maar even rustig beantwoord. Mijn verhaal begint zo: "We gaan een mooie wandeling maken, gaan jullie mee"? Dan komt er een reactie van een dame: "Is dit vest warm genoeg? Mooi is ie hè". Allereerst kijken we naar vogels uit het weidegebied. Opweg hierheen zag ik deze vogels. Kievit, reiger, fazant. Plotseling valt mijn oog op een paar pinken. Ze kijken allemaal één kant op. Wat zou er zijn? Daar, zie, daar ligt een koe, zijn kop omhoog. Hij kijkt ook die kant op. En daar, wat is dat voor een koe? Dan zegt uit dame uit de woonkamer: "dat is een lakenvelder". Dat is waar. En zie, die koe heeft net haar haar gekamd, de scheiding in het midden. O, ze heeft mooie oorbellen. Plotseling klinkt er achter mij: "Ach, wat zielig". Het waren oormerken. Maar dan zien we het. Twee grote paarden schoppen en bijten elkaar. Ze hebben ruzie. "Dat doen wij niet", zegt een andere dame: "Je moet eerst waarschuwen".

Dan komen we aan bij het bos. De bewoners hebben er wel zin in. Op de achtergrond klink de zang van vogels. "Hoort u ze? Allemaal vogels". Ja, dat horen ze wel. We zien op het scherm allemaal vogels uit het bos. Sssttt, goed luisteren en kijken. Wat is dat nou voor een vogel? Een goudvink, koolmees, merel, boomklever en een grote bonte specht. Ik vertel de mensen dat de boomklever tegen de boom op kan lopen. En zijn pootjes kleven niet eens. En de specht, de dokter van de bomen. Hij klopt, zoals een dokter dat bij ons doet, maar dan veel harder. En hij krijgt niet eens hoofdpijn. Als de specht op een boom klopt, kan hij horen of deze ziek is. Knap hè.

Als we dieper het bos in gaan, komen we herten en wilde zwijnen tegen. Een daarvan is Pluk. Een grote keiler. Ik heb ook een foto bij van mijn hond Pluk, toen hij nog klein was en alles nog moest leren. Een dasje aan zijn halsband. Ik vertel over beide Plukken. En ga dan rond met een halve doorsnee schedel van een wildzwijn.

Ze vinden het best wel grote tanden. En ook de kleine frisling gaat de kring rond. Er wordt geaaid, gevoeld, en bijna geknuffeld. Prachtig.

Dan komen we aan bij een rustgebied. Stop, kijk eens voor je. Een prachtige hinde staat voor ons. En daar, ik zie een heleboel vrouwtjesherten staan. Kijk, ze hebben ons gezien, want ze staren naar ons.

Als we nog iets verder lopen, zien we ineens een hert met een gewei. Als ik zeg dat mannendieren mooier zijn dan de vrouwtjes, klinkt er wat gelach in de kamer. Je begrijpt dat ik met mijn gewei de kring weer rond ga. Voelen, vasthouden, verbazen. Veel reacties van de mensen.

Dan wordt het avond. Zonnestralen schijnen door de bomen. Het wordt nacht.

En de volgende morgen. Wat veel sneeuw. Maar wij zitten weer lekker warm bij de kachel. En ook deze dag gaat voorbij. De zon is onder, de nacht is helder. Zie, de maan. Groot staat aan de hemel, in de donkere nacht.

Maar dan verschijnt de tekst, EINDE. Wat jammer. Er volgt een applaus. En ik? Ik ga de mensen allemaal langs en geef eenieder een hand. Blijdschap op de gezichten. We vonden het heel mooi. Het was echt natuur, maar dan binnen.

Ik ga weer opruimen, alles weer naar de auto brengen en rij voldaan weer naar huis. Het was wederom een geweldig mooie ervaring.

Ik wens jullie veel leesplezier en zeg, tot ziens allemaal.

 

Gerrie van den Brink.

2e foto-presentatie

12 december 2017

2e foto-presentatie bij : Zorgerf-Buiten-Verblijf

Zoals jullie in het vorige verslag hebben kunnen lezen, zijn we begonnen met het project "Grijs, goen en gelukkig", en is de 1e presentatie met lof ontvangen. Inmiddels is er ook een 2e foto-presentatie geweest. Deze vond plaats bij de dagopvang van "Zorgerf-Buiten Verblijf". Er zijn twee mooie gebouwtjes voor mensen van de dagbesteding. Maar de presentatie is in één van de huisjes gehouden, maar wel voor alle dagmensen.

Een dag waarop de sneeuw verre van verdwenen is, ploeter ik met mijn kar door de natte laag dikke sneeuw, opweg naar de dagbesteding. Buiten zijn mannen bezig om kerstversiering op te hangen. Binnen zitten de bewoners lekker warm bij elkaar. Ik stel mij voor en kan korte tijd later beginnen met het opbouwen van hetgeen ik nodig heb. We hebben afgesproken dat, na een half uur, er koffie zal zijn.

Het duurt wel even, want deze bewoners lopen rond, vragen veel en één zet zelfs zijn hondje op de tafel, naast mijn vos. Dus je begrijpt dat het al iets moeilijker is dan bij het eerste hofje. Niet te min, ik ga door met mijn bezigheden.

Als alles gereed staat, de stoelen in een kleine kring staan en de bewoners van het andere gebouwtje ook binnen zijn, kan de presentatie beginnen.

Het gaat om dezelfde presentatie als de eerste keer, dat was gevraagd. In het begin ging het heel goed, mensen reageerde op de getoonde foto's en stelde zelf vragen. In het eerste half uur laat ik de meegebrachte dingen, zoals een jong zwijntje en de vos, zien. Na 25 minuten bereiken we de pauze. Daar heb ik een foto van een half uitgegraven picknickbank voor. De reactie van de dagmensen, als ik vraag of we daar even kunnen uitrusten, is schitterend. Ert wordt gelachen. In plaats van koffie is er heerlijk warme chocolademelk met slagroom, even smullen. We nemen er even de tijd voor.

Op het moment dat we aan de tweede helft van de presentatie beginnen, gaat er een telefoon. Dat gebeurd nu eenmaal. Ik laat me er niet door afleiden en ga door waar ik gebleven ben. Ik vraag aan de mensen: "welk dier zie je op deze foto". Er staat een wild zwijn op. Direct reactie van één man: "Die het in in de tuin". Nee, dit is niet verkeerd geschreven. "Heb" is in het Puttens dialect "het". Een ander reageerd: "ik kom uut Speuld en het die krengen ok om t huus". Het is fijn dat ze zo reageren op de foto's, een teken dat ze het op dat moment zelf meemaken. Maar dan begint één mevrouw te vragen wanneer ze naar huis mag. Een andere man staat op en maakt vreemde geluiden. En weer gaat de telefoon. Een begeleider staan op, er wordt gepraat. Wat doe jij dan als presentator? Ik hou mijn hoofd bij hetgeen waar ik voor gekomen ben, ook al vind ik het op dat moment wel moeilijk. Ik heb de tijd van half vier tot half vijf. Dan gaan de bewoners naar huis, dus kan geen tijd verliezen, maar wil en mag ook zeker niet gaan jagen. En het lukt. Geweldig.

De reactie van de dagmensen was erg verrassend. Veel herkenning in de foto's, ook persoonlijke reacties. Echt verrassend. De één was gymleraar, de andere autoverkoper. Een derde heeft een boerderij gehad en een vierde wist veel van vogels. Een persoonlijk gesprek, kort, vanwegen de thuisreis van de mensen, maar even tijd voor een ieder en je krijgt een stralende gezichten kado. Dat is waar je het allemaal voor doet.

Dan wordt alles weer in de kar gelegd, een laatste gesprek met de begeleiders. En ik ga weer huiswaards en heb opnieuw veel geleerd. Goed overleg met de begeleiders, doorspreken wat je gaat doen. Laat je niet, tijdens je werkzaamheden, afleiden door nevengeluiden of onrust van een enkele bewoner. Het kan zijn dat er ineens één opstaat en weg wil. Dat is niet erg en ligt niet aan jou. Blijf rustig. Neem na je afronding even de tijd om de mensen persoonlijk een hand te geven. Persoonlijk contact werkt goed. En vooral, geniet er zelf ook van. Want alles is toch van samen.

Gerrie van den Brink.

 

Natuurkoffer IVN

 

14 december 2017 Meentstaete Lelystad

Natuur en gezondheid

Natuurkoffer

Presentatoren Ruben en Ilse

Donderdagmiddag. Veel regen boven de Veluwe, maar deels mooie blauwe luchten en zelfs een regenboog boven Flevoland.

In een ruimte bij "Woonzorg Flevoland" geeft IVN vandaag een workshop over de natuurkoffer. Natuurkoffer is een idee van Jan Westera, die bij zijn demente moeder de natuur van buiten naar binnen nam. En met groot succes. Inmiddels zijn er al 700 natuurkoffers in omloop. Dhr Westera heeft hier een prijs voor ontvangen van het programma "Vroege vogels". Wel verdiend.

Wat is een natuurkoffer?

Een natuurkoffer kun je per seizoen indelen. Er is in elk seizoen weer iets anders te vinden. In de koffer zitten allerlei dingen van en over de natuur. Zoals een boek "Terug naar toen" waarin wordt beschreven hoe met mensen met dementie om te gaan. Dat geldt vooral voor degene die de natuurkoffer gebruikt.

Wat kun je doen om deze mensen te bereiken. We vinden er een memoriespel in met plaatjes van bv groenten, dieren e.d, een 2 delige puzzel, met als opdruk eveneens iets van groenten of dieren enz., een schijfje van een boomstammetje, geurzakjes, spiegeltje, schapenwol, bijenwas. Dit laatste brengt je dichter bij de mannen. Verder zitten er geplastificeerden foto's, loepjes en jute zakjes in. Daarbij kan degene die de natuurkoffer gaat gebruiken, er allerlei dingen uit de natuur bij doen. Je kan b.v. denken aan bladeren, takjes, bloemen, veren, maar ook aan schelpen e.d.. Je zou er ook iets in kunnen doen van proeven. Denk daarbij aan een jam, sapje, of gewoon een vrucht. Denk er wel over na, deze mensen kunnen alles in hun mond stoppen, dus geen harde of grote vruchten.

Een ander iets wat je, al dan niet met de zorginstelling, kunt maken/samenstellen is, een kalender met een groene dagverdeling.

Wat is de bedoeling van de natuurkoffer?

Zoals je aan het begin van dit schrijven hebt kunnen lezen is, naar het idee van dhr Westera, in samenwerking met het IVN is een samenwerking ontstaan met de zorginstellingen. Een eerste stap is al gedaan met Grijs, groen en gelukkig in 2016. Dit jaar is er op 2 landelijke dagen van IVN opnieuw veel aandacht aan besteed. Mensen uit de zorg en van IVN verenigingen kwamen bij elkaar. Er werd veel uitgelegd, besproken, workshops gegeven.

Donderdagmiddag waren er veel mensen uit de zorg en helaas maar 2 mensen die natuurgids zijn en 2 nieuwe vrijwilligers van IVN verenigingen. De meeste waren afkomstig uit Lelystad. En kwam er 1 uit Frieslad en 1 van de Veluwe. Toch werden we in groepjes verdeeld om daaruit een idee te maken wat je in de natuurkoffer zou toevoegen. Hieruit werd mij duidelijk dat de afstand tussen verzorger(st)ers en IVN mensen nog te ver uit elkaar ligt. Niet dat het een gat is, nee, er was veel interessen voor de natuurkoffer, het was meer dat de ideeën uit elkaar liggen, hoe met de koffer de mensen te kunnen bereiken. Dit heb ik aan Ilse en Ruben voorgelegd. Het antwoord dat ik van beide kreeg was bemoedigend. Beide waren er van overtuigd dat er verder aan gewerkt moet worden, beide dichter bij elkaar te brengen.

Ik heb aan Ilse verteld dat wij, in Nijkerk al begonnen zijn met het project "Grijs, groen en gelukkig". Heb uitgelegd hoe we te werk zijn gegaan, wat wij meenemen en hoe wij omgaan met de bewoners aldaar. Tevens zijn zij nu op de hoogte dat er nog 2 bezoeken aan "Zorgerf Putten" staan geplant. En dat er een afspraak komt met verpleeghuis Elim te Putten. Mogelijk ook dat we bij het "Zorgerf Nijkerk" nog afspraken kunnen maken. Ook kwam er ter sprake dat het de bedoeling is de gidsen en evt. de nieuwe natuurouders, te betrekken bij dit project, zodat de uitwerking een breder wordt. wat betreft de Natuurkoffer, die is op dit moment compleet, al kan er evt. wel aangevuld worden met andere dingen uit de natuur.

Hoe omgaan met mensen met dementie en de presentatie-werker?

Als we met een natuurkoffer op pad gaan, hetzij met een fotopresentatie of op een andere wijze, er kunnen mensen emotioneel worden. Hoe gaan we daarmee om? We kunnen doorgaan, alsof er niets gebeurd is. Maar beter is om even een stukje aandacht naar die persoon te geven. Een hand op de knie kan al veel zeggen. Neem even de tijd hiervoor. Ga tijdens je presentatie niet gehaast aan de slag. Praat voor en/of achteraf met de bewoners die dat zelf aan zullen geven. Laat de dingen die jij hebt meegenomen, door de handen van de bewoners gaan, loop evt. zelf even rond. Denk er aan dat je met mensen met een kort geheugen te maken hebt. Veel zijn zij aan herinneringen kwijtgeraakt. Door iets aan te bieden van ruiken, voelen en misschien iets van proeven, breng je de herinnering weer een beetje naar boven.

Een andere mogelijkheid is, kinderen bij deze ouderen te betrekken. Hooguit 2 kinderen op 1 oudere. Ook belangrijk is, dat je alles in overleg met de verzorging doet. Goed doorspreken wat de bedoeling is van wat je gaat doen. Laat je niet, tijdens je werkzaamheden, afleiden door nevengeluiden of onrust bij een enkele bewoner. Het kan zijn dat er ineens één opstaat en weg wil. Dat is niet erg en ligt niet aan jou. Blijf rustig. Neem na je afronding even de tijd om de mensen persoonlijk een hand te geven. Persoonlijk contact werkt goed. En vooral, geniet er zelf ook van. Want alles is toch van samen.

Ilse vroeg mij wanneer de volgende afspraken staan. Helaas, beide data is zij er niet. Ze is begin van Januari weg. Maar als er vervolgafspraken komen, wordt zij op de hoogte gesteld en wil zij een keer zien hoe het bij ons in de praktijk gaat. Natuurlijk worden jullie, IVN Nijkerk, ook op de hoogte gehouden. Binnenkort wil ik gidsen en natuurouders benaderen om een kijkje te nemen tijdens de presentatie en evt. andere ideeën aan te vullen.

Verder hebben 3 mensen van de zorg in Lelystad mijn nummer gevraagd. Wie weet welk een samenwerking dit kan worden.

Wij gaan er voor.

Voor nu, een groene groet.

Gerrie van den Brink.

Knutselen voor en met kinderen

 Natuuroudercursus.

20171118 112122

Zoals u wellicht weet, geven wij dit najaar, voor het eerst, een cursus natuurouder. Inmiddels zijn er al 4 avonden en 1 zaterdagmiddag geweest. Op het moment dat ik dit schrijf, zijn we gisterenavond weer bijeen geweest en hebben de cursisten een enerverende avond gehad. Na de opening kregen zij een les: wat is er in het bos te beleven. U begrijpt natuurlijk wel dat je niet alles uit het bos kunt bespreken. Er werd gekozen om te vertellen over de beuk. Waarom de beuk, zult u zeggen. Natuurlijk, het had iedere andere boom kunnen zijn. Maar toch kozen we voor de beuk. Hij/zij is groot, statig, glad en sterk. Maar er is nog veel meer te vertellen. Zo is het dat een boom, het plantenleven, maar ook het dierenleven, veel op mensen lijken. De één meer dan de ander. We hebben een aantal dingen voor u op een rijtje gezet.

Bomen leven, bomen kunnen zien, bomen hebben een eigen wil, bomen hebben een teratorium, bomen helpen elkaar, bomen werken samen met,bomen maken ruzie, bomen worden ziek, bomen willen niet dood, bomen gaan dood.

Natuurlijk is het veel te veel om alles hier neer te schrijven. Er zijn verschillende boeken te vinden over het verborgen leven van een boom. Echt een aanrader.

Na deze bespreking was het tijd om de cursisten kennis te laten maken met een stukje praktijk, in de vorm van een kennisspel. Welk blad hoort bij welke boom? Dat was heel leerzaam. Ook werd er gesproken over de verschillende planten uit het bos, zoals de rode bosbes of vossenbes en de bosbes, niet te verwarren met de blauwe bes. De cursisten konden voelen, ruiken en luisteren. Heel mooi was de zachte vogelzang op de achtergrond. Wel van een cd, want de vogels waren al in diepe rust.

Een kopje koffie of thee, met een koekje, gaat er natuurlijk wel in. Dus even pauze.

Na de pauze was er voor de cursisten een werkmoment. Kranten werden op tafel uitgespreid, ter voorkomen van..... Bekertjes en bakjes met geel zand werden uitgedeeld en er kwam gips op tafel. Wat gingen zij dan doen?

Er werden gipsafdrukken van natuurlijk materiaal gemaakt. Dat kon een hoefafdruk (prent) zijn, maar ook een afdruk van een dennenappel, walnoot, of zelf iets in het zand maken. Daar werd de inmiddels gereedgemaakte gips ingedaan, waarna het moest drogen.

De cursisten konden het mee naar huis nemen. En misschien wel thuis oefenen.

Er lag een grote bos takken in de zaal. Wat was het? Aan de cursisten de taak om dat te raden. Nou, het was een hele klus om daar achter te komen. Maar het werd uithgelegd hoe een heksenbezem ontstaat. Namelijk door Mycoplasma, blaasjeszwam. De heksenbezem was erg groot en zwaar, bijna niet te tillen.

Dan komt er een einde aan deze boeiende leerzame avond, maar we gaan nog niet naar huis. Er kwam nog een korte vertelling over de vruchten, de toekomstige kalfjes, van het ree (geit) en een hert (hinde)

Een boeiend verhaal tot slot.      

Dan is er voor iedereen een appel, want na gedane arbeid krijg je dorst, dus het bekende appeltje voor de dorst.

We kunnen weer spreken van een mooie en leerzame avond.

Gerrie van den Brink

Grijs, groen en gelukkig

 

Een verre herinnering.

Wat is een herinnering?

Je kunt je wel voorstellen, naar mate we ouder worden, er meer herinneringen naar de achtergrond verdrongen worden. Als er over gesproken wordt, hetzij op een vergadering, verjaardag of gewoon even met je vriend(inn)en, komt de herinnering deels of helemaal terug.

Maar wat als dat niet meer gebeurd? Wat als je begint te merken dat je de dingen echt begint te vergeten? Niet meer herinnerd?

Misschien een vorm van dementie? Het geeft angst, het geeft verdriet, onzekerheid. Wat als ik............

Er zijn veel plaatsen in Nederland waar deze mensen, onder begeleiding, kunnen wonen. Ook in Putten en Nijkerk is een plaats waar deze mensen kunnen wonen, of dagopvang hebben. Mensen die een dagopvang hebben, zijn thuis al bezig met hetgeen er overdag gaat gebeuren. B.v. een oude boer, vroeger zelf een boerderij met veel koeien gehad, een bepaald ras, gaat vandaag naar de dagopvang. Hij zegt tegen zijn vrouw:" ik moet vandaag aan de gang, de koeien moeten verzorgt worden". Hij weet zelfs zijn eigen ras nog. "Ik heb lakenvelders", zegt hij.

Als hij op de lokatie aankomt, is er koffie, de dag gaat rustig beginnen. De oude boer, gaat met de begeleiding,naar "zijn" koeien. Hij weet welk soort, hij heeft misschien wel een naam voor de dames en gaat ze verzorgen.

Dit is slechts een voorbeeld van het vele werk dat er gedaan wordt, de samenwerking met.......                                   

Donderdag 16-11-2017, is er een dag op verpleeghuis de Pol, te Nijkerk, waar workshops e.d. gegeven worden. Zelf ga ik daar, vanuit IVN Nijkerk, heen, ideeën opdoen, Daarna heb ik een afspraak met Yvonne van der Leest en krijg ik een rondleiding in hun project. Vandaar uit willen we samen werken, hoe we deze mensen, op een plezierige manier, mee te nemen in onze mooie natuur.

Hoe dit eruit zal gaan zien, gaan we samen bekijken. Als er eenmaal een plan ligt, willen we mensen enthousiastmeren.  Alles in goed overleg. Zowel met Yvonne en haar team, als met IVN Nijkerk.

We houden jullie op de hoogte via deze website.

 

Wandelen over vergane glorie

 

Lang leve IVN NIJKERK

40 jaar natuur, 40 jaar delen, 40 jaar werken als vrijwilligers, 40 jaar educatie, 40 jaar samen werken, 40 jaar......... Dit jaar is een jubileumjaar met actieviteiten. Dit jaar was er een jubilem cadeau, geschreven door Leenderd de Boer, "De over-Veluwe"een aanraden om in je bezit te hebben. Daarnaast start IVN Nijkerk een cursus voor Natuurouder. Deze begint op 12 oktober dit najaar. Kom ook en help de scholen helpen als natuurouder, kenner. Morgen zijn er actieviteiten voor ambtenaren van de gemeente Nijkerk. Wij zijn er klaar voor. Alles voor de tochten van morgen is gereed. Alleen het weer kan nog roet in het eten gooien. Er zijn twee wandelingen, waarvan er één met een kleine proeverij en er is een fietstocht. Zin om als ambtenaar van de gemeente Nijkerk mee te gaan? Laat je niet tegen houden, maar doe sportief en gezellig mee. Ik zeg, kom en tot morgen.

 

 

Bestaat mollenliefde?

 

Mollenliefde

 

Bestaat er zoiets als mollenliefde? Die vraag stel ik mezelf keer op keer.

Het ene dier doet er alles aan om goed voor de dag te komen, een ander dier wil er alleen zijn voor de voortplanting. Maar hoe zit dat nou bij onze mollen? Om een mol te zien is al een hele opgave, het dier leeft namelijk ondergronds. Als je ze te zien krijgt is dat meestal in de snavel van een roofvogel. Al is dat al een geluk als je zoiets mag waarnemen.

De mol (Talpa europaea) brengt een kwart van zijn leven door met het zoeken naar voedsel, dat zij ondergronds vinden in de vorm van alleen dierlijk voedsel, zoals spinnen, slakken, wormen, larven en soms zelfs een muis of een kikker. Ook eieren worden niet gespaard. Een mol eet gemiddeld 50% van zijn lichaamsgewicht per dag. Mollen zorgen in het najaar voor een goede wintervoorraad. Omdat b.v. wormen er van door zouden gaan, bijt de mol de kop eraf, zodat deze verlamt raakt.

Ondergronds is er geen dag en nacht, altijd donker. Je zou denken dat een mol een onwillekeurig ritme aan neemt. Maar dat is niet zo. Alles heeft zijn tijd, zoals lopen, graven, eten en rusten worden zorgvuldig door de mol gedaan, alles in het juiste ritme.

Eveneens gaat er een kwart van de tijd op aan graven en het herstellen van gangen. Dat is zwaar werk voor de mol. Zijn supermarkt is ondergronds, dus zijn boodschappen kan hij onderwijl doen. Zo spaart hij tijd voor het overige.

Mollen zijn gemiddeld 11 tot 16 cm groot en hebben een gewicht tussen 30 en 130 gram. Hun vacht is zwart fluweel, waarin de haren in beide richtingen zijn ingeplant, zodat het dier gemakkelijk voor als achteruit kan gaan.

            

De voorpoten hebben 5 vingers met puntige nagels, die goed van pas komen bij het graven. Zo'n gang noemen we een mollenrit, die wel 1.20 meter diep kan zijn. Ook al heeft de mol ogen, hij kan weinig zien. Wel handig onder de grond. Maar blind is hij niet. Hij kan licht en donker onderscheiden. Heb jij wel eens oortjes bij een mol gezien? Nee, want een mol heeft geen uitwendige oren. Maar wel een gevoelige roze snuit met snorharen en tastzenuwen. Hij heeft ook een schattig klein staartje

Bestaat er eigenlijk mollenliefde? Eigenlijk niet. Mollen leven solitair, wat wil zeggen dat ze een groot deel van het jaar alleen leven. Als er een andere mol of ander dier in zijn privégebied komt, zal hij dat hardhandig verdedigen. Tot de dood erop volgt. De overwinnaar zal de dode tegenstander opeten. Maar als het soms toch gebeurd dat er een ander in het gangenstelsel komt, wordt er gecommuniceerd met geuren en geluid. Als je geen bezoek wilt, dan plas je toch gewoon voor de deur.

Alleen in de paartijd gaat de mol op zoek naar een partner. Begin februari verlaten de mannen hun terratorium en gaan op zoek naar een dame. Enkele weken graven ze of hun leven er vanaf hangt. Overal gaan ze doorheen. Sloten, wallen, soms over grote afstanden, niets wordt gespaart. Ja, je moet er wat voor over hebben. En dat ze succesvol zijn moge duidelijk wezen. Een groot stellengansel wordt gegraven. Dit noemen we bronstgangen. Deze gangen lopen soms door het privégebied van een ander mannetje. Vaker dan ze lief is, kost dat dus vaak het leven van één van beide.

Maar als de mol zijn dame gevonden heeft, dan mag hij een paar uur bij haar blijven. Niet voor de gezelligheid hoor, maar er moet hard gewerkt worden aan het nageslacht. De geslachtsdaad zelf duurd maar enkele minuten. En dan.......... dan moet hij maken dat hij weg komt.

Dames zijn niet zo trouw aan hun partner. Als er weer een mannetje bij het vrouwtje verschijnt, zal er weer een geslachtsdaad plaatsvinden. Dit alles om er zeker van te zijn dat er een nageslacht komt.

Dan maakt de aanstaande moeder het nest gereed voor haar jongen. Ze gebruikt daarvoor bladeren, gras, mos, en zelfs papier. Daarna graaft zij verschillende gangen van ongeveer 5 cm breed en zo'n 200 meter lang, waarvan zij de wanden verstevigd. Het overtollige zand werkt zij naar boven, waar wij ze waarnemen als molshopen.

De jongen komen in mei/juni, na een draagperiode van 4 tot 6 weken, naakt en blind ter wereld. De zorg voor de jonge mollen is een taak van het vrouwtje. Na 2 weken krijgen de kleintjes hun vacht en een week later gaan de oogjes open. En nog een week later gaan de kleintjes voor het eerst op pad. Ze worden tot ongeveer 5 weken door de moeder gevoed. En na 2 maanden zijn ze zelfstandig en gaan opzoek naar een eigen plekje. Mollen leven 3 tot 7 jaar.

Waarheid of bijgeloof?

Vroeger werd geloofd dat, als je een mollenpoot meedraagd, het voor geluk staat. En b.v. kinderen zouden minder pijn hebben bij het krijgen van tandjes.

Dus, bestaat mollenliefde? Het antwoord is duidelijk, ,nee.

 

het verschil zit in .......

Het verschil tussen nacht en dag.

 

Het is voorjaar geworden, een prachtige tijd. Bloemen bloeien, de bijen zoemen. De beuken kleuren lichtgroen, de lariks geurt door het woud. De temperatuur stijgt naar een aangenaam niveau. Ja soms is er regen, of zelfs nog nachtvorst. Maar de natuur laat zich niet verstoren, alles gaat door.

Dan is daar de eerste vlinder, vaak de citroenvlinder. In het nog dorre gras, de kale takken, is zijn verschijning in het prachtige geel een voorbode van de aankomende lente.

En nu is het dan zover. Als in het voorjaar de feromonen.

(Feromoon is een signaal  dat het vrouwtje afgeeft, waarop de mannetjes van dezelfde soort afkomen om te paren. Feromoon betekend: drager van opwinding. Het woord is afkomstig van het Grieks.)

 

Meestal blijven de vlinders heen en weer fladderen om een partner te vinden. Maar als ze eenmaal stil zitten, kun je ze bewonderen. Wat zijn ze mooi, wat zijn ze teer. Sommige leven slechts enkele weken, andere wagen de overtocht naar het zuiden, een tocht van duizenden kilometers.

Als je blaast lijken ze om te vallen, maar wat zijn ze sterk. En als een vlinder eenmaal zit, kun je hem/haar goed bewonderen. Dan zie je de verscheidenheid aan kleuren en patronen. Maar dan kun je ook zien of je te maken hebt met een dag of een nachtvlinder. Want niet elke vlinder die overdag vliegt, is een dagvlinder. Er zijn nachtvlinders die overdag vliegen, maar er zijn geen dagvlinders die 's nachts vliegen.

Hoe kun je nou zien of je te maken hebt met een dag of een nachtvlinder? Het is niet moeilijk om daar achter te komen, tenzij de vlinder blijft fladderen.                   

Op deze foto's kun je goed het verschil zien. De antenne van de dagvlinder ziet er anders uit

dan van de nachtvlinder. De dagvlinder heeft sprieten met knopjes, de nachtvlinder heeft een antenne als een veer. Natuurlijk zijn er ook hier weer verschillen in. De ene spriet is de ander niet en de ene veer de nader niet. Maar dit is wel een weselijk verschil tussen beide. Als je nu een vlinder ziet, let daar dan goed op. Het is voor jezelf een leuke ontdekking.

Heel veel succes. 

 

 

Dode dieren

Kadavers langs de openbare weg.

Een dag na de praktijkdag bij P.D.M. (Politie, dier, milieu), waren wij op weg naar de randmeren, om één van de zeearenden te kunnen spotten, stoppen we op een lange parkeerstrook langs de dijk. We hebben een mooi uitzicht over het water. Aan de andere zijde van het water zien we de toren van Harderwijk. Aan de rechter kant van de bus ligt een half open gebied. Een nat, drassig gebied.

Met mijn verrekijker speur ik het gebied af. Maar wat zie ik in mijn ooghoek? 

Naast de bus, op het schuine talud, zie ik 3 blauwe zakken liggen. Niets vreemds zou u denken, ware het niet dat uit de eerste zak een achterkant van een dier uit stak. Ik stap uit de bus en bekijk de zak. Ik kijk ook even in de tweede zak. Bij de derde voel ik aan de zak. In alle drie zitten dieren. De eerste is groot, de tweede kleiner en de derde nog kleiner. In eerste instantie denk ik aan een ree, maar die is niet zo klein. Zelfs een kalf niet. Toch lijkt het op een geitachtige. Misschien inderdaad geitjes, of misschien schaapjes. 

Nu kan ik natuurlijk speculeren wat het nou eigenlijk is, maar dat heeft natuurlijk geen zin. 

Ik heb de dieren natuurlijk niet met mijn blote handen aangeraakt, want hoewel het er zo op de foto nog vrij goed uit ziet, was er in de zakken al sprake vaan ontbinding. Een ware bron van bacteriën. 

Ik heb meteen de politie gebeld en die waren binnen een half uur aanwezig. Samen hebben we de kadavers bekeken. Mijn gegevens werden genoteerd en wij mochten weer gaan. De dode dieren werden niet door de politie meegenomen. Er kwam een speciaal iemand om de dode dieren mee te nemen. 

In eerste instantie dacht de politie aan een dode hond, Maar geen van ons wist wat het werkelijk was. Van alle 

 
drie was de kop eraf gesneden en alle vier de poten waren weg, zodat er moeilijk een herkenning van de soort is waar te nemen. We moeten het los laten, er zit niets anders op. Wie zoiets gedaan heeft en waarom zal wel een raadsel blijven. 

 

 

Weet je dat

Bruine kikker.

Het dier komt uit de familie van echte kikkers. Het is ook één van de bekendste soorten, een algemene soort. We kunnen de bruine kikker vinden in bossen, op de heide, in graslanden en in de duinen. Als er tenminste vochtige plekken of plasjes aanwezig zijn. Dit is nodig, omdat de kikker daarin kan schuilen. Daarom zal je hem ook niet snel in droge gebieden tegen komen. Toch is de kikker niet volledig afhankelijk van water en vind je hem ook op het land. Maar in de wintermaanden en tijdens de voortplanting is hij wel afhankelijk van het water.

De bruine kikker is een vrij grote kikker. Wat gedrongen, met een grote, platte kop en een redelijk stompe neus. De gemiddelde lengte van de man is tot 10 cm. De vrouwtjes worden wat groter, 11 cm.

De bruine kikker, u raad het al, is (bijna) altijd bruin. Het vrouwtje kan iets meer rood/bruin zijn. Maar het is in de kikkerwereld niet vreemd als je een wat afwijkende kleur of tekening hebt. Opvallend is de grote donkerbruine driehoekige vlek , die van de neusgaten over het oog naar de bovenzijde van de voorpoot gaat. In die vlek zit het trommelvlies. Doordat het dezelfde kleur heeft, zie je hem moeilijk. Het trommelvlies is ongeveer ¾ van de diameter van het oog. Zijn bovenlip heeft vaak een lichtere streep. En op de bovenzijde van zijn rug zijn twee huidplooien zichtbaar. Achterpoten hebben donkere banden, maar dat is niet altijd even duidelijk te zien.

Net als bij de heide kikker, verkleurd ook de bruine kikker tijdens de voortplantingsperiode.

De kikker heeft zeer lange tenen, vijf aan elke voet. Daartussen zitten zwemvliezen. Bij de vier tenen aan de voorpoten zitten geen zwemvliezen. De bruine kikker heeft iets waar we niet zoveel over horen, hij heeft een metatarsusknobbel, een kleine zachte graafknobbel op zijn achterpoot, veel kleiner dan

de helft van de 1e teen. Dit is een uitstulping aan de achterijde van de binnenste teen aan de achterpoot.  

De bruine kikker is na de winter de eerste kikker die de ei-klompen afzet. Dat afzetten gebeurd tussen 1 en 3 dagen. Daar heeft de kikker ook reden toe, want gezien de weersomstandigheden in die periode en de algengroei in het water zijn cruciaal bij de start van de eieren. Het afzetten gebeurd ’s nachts. Het vrouwtje zet dan één klomp af met wel 700 tot 4500 eitjes. Elk eitje heeft een doorsnee van zo’n 1,7 tot 2,8 mm. Na 2 of 3 weken komen de eitjes uit. De kleine kikkervisjes zijn dan ongeveer 4,5 cm. Van het kleine donderpadje ondergaat het een ware metamorfose. Eenmaal een kleine kikker, verlaten ze de waterplas. Eerst blijven ze nog wat bij elkaar. Maar uiteindelijk zullen ze een solitair leven leiden en alleen tijdens de voortplantingsperiode weer bij elkaar komen.  

De trek van de bruine kikker komt al half februari op gang. Maart april is de paartijd voorbij en gaat de bruine kikker genieten van de zomer. Bruine kikkers, maar ook andere kikkers, zijn honkvast en zullen bij de volgende voortplantingsperiode samen weer verzamelen voor een nieuwe generatie. Dan zitten de mannetjes weer in een groep bij elkaar. Hun witte kelen goed zichtbaar, omdat ze allemaal richting de zon kijken. Dan beginnen ze zacht te kwaken. Ze hebben geen uitwendige kwaakblaas, maar inwendige kwaakblazen. Daardoor komt het geluid van de bruine kikker niet ver. Het lijkt wat op het spinnen van een poes.

Een bruine kikker kan uiteindelijk de leeftijd van 8 jaar bereiken. 


 

Jacobsladder

 

Wat is dat en waar komt de naam vandaan?

Waar het vandaan komt hebben we vast wel eens gehoord. Uit de bijbel. Jacob was op de vlucht voor zijn tweelingbroer Esau. Op een nacht kreeg Jacob een droom. Een ladder vanuit de HEMEL daalde neer. En engelen daalden af en weer opklommen. Dat kun je lezen in het Bijbelboek Genesis 28: 12.

Maar wat kennen wij ook de Jacobsladder in de natuur? Wat is dat?

Dat is zonlicht dat achter de wolken vandaan komt. De zon is dan niet zichtbaar, maar haar stralen wel. Er ontstaat een schijnwerpereffect, een bundel.

Zelf zeg ik vaak, en niet spottend bedoeld, dat is een plaats waar GOD op ons neer ziet.

Het is een prachtig gezicht als zo’n bundel licht als een waaier over het land uitstrekt. Er omheen lijkt het dan ineens erg donker.

Als je de avondzon ziet zakken en er zijn wolken aan de hemel, kijk dan maar eens of je zelf ook een Jacobsladder kunt waarnemen. Neem wel je fotocamera mee, want voor je het weet is de zon onder en moet je wachten tot een volgende ladder. Veel plezier allemaal.

 

 


Terugkeer van de mus

Schreef ik pas geleden nog dat de mussen, die voorheen met grote getale in mijn tuin zitten, allemaal verdwenen waren. Nog niet eerder heb ik dit mee gemaakt. Er hangen in de winter zaadbolletjes en speciaal voer voor wilde vogels, pinda’s enz. De mussen zijn daar gek op en eten de hele winter van het voedselaanbod in mijn tuin. Ook deze winter is er weer voldoende voedselaanbod voor deze dieren. Blijft de vraag waarom de mussen massaal verdwenen waren, omgeruild voor vinken.

Het is 6 januari 2015. Aan een zaadbolletje hangt een vogel. De zon schijnt, het is koud. De vogel valt me op. Ik bekijk het diertje eens van wat dichterbij. Is dat een mus? Het wippende staartje, de dikke snavel. Het is een mus! Wat ben ik blij weer een mus te zien. Wel is het aantal mussen in mijn tuin erg schaars. Ze laten zich ook niet vaak zien.

Het valt tevens op dat ook de andere vogelsoorten minder of niet meer in mijn tuin voorkomen. Nu zegt dat niets over de soort. We hebben te maken met zachte tot soms zeer zachte weersomstandigheden. Daar moet je dan ook sterk rekening mee houden.

Zaterdag 17 en zondag 18 januari a.s. is de nationale tuinvogeltelling. Het blijft erom spannen. Zal ik dit jaar weer evenveel vogels in mijn tuin tellen als voorgaande jaren? We wachten het af. Want net als het verdwijnen van de mussen, kunnen er zo maar weer andere vogels in je tuin opduiken.

Het wonder dat natuur heet. 

Waarom zou ik dat zeggen?

 

 

Tot voor kort waren er tientallen mussen in mijn tuin te bewonderen. Een heleboel herrie in de tuin van Gerrie. Heerlijk, want wees eerlijk, of de mus nou bruin, lelijk of wat wij er ook van vinden, hij is allerminst saai te noemen. Eigenwijze vogeltjes die niet snel het brood onder hun snavel weg laten pikken. Maar sinds de eerste nachtvorst, al was het maar 2 graden, zijn alle mussen als sneeuw voor de zon verdwenen. Wat ik ook aan voer op het plankje leg, geen mus meer te zien. Daarvoor in de plaats zijn er voor het eerste jaar vele vinken voor terug gekomen. Ja hoor ik u zeggen, dat is toch een veel mooier vogeltje? Alleen zijn kleuren al. En dan zijn liedjes. Nou, geef mij de vink maar hoor. Ik ben het met u eens, vinken zijn sierlijke vogels. Maar toch mis ik mijn mussen. Het blijft een raadsel. Waar zijn ze nou zo plotsklaps gebleven? Tot de tijd dat er weer een mus zal verschijnen, zal het raadsel blijven bestaan. 

 

 


Het voorjaar kriebelt.

Waar hebben wij nu zin in? Ik hoef het niet te vragen, De lente natuurlijk. Want alles loopt weer uit. Bloemetjes in de tuin, jonge dieren, lammetjes in de wei En in de natuur is het een vrolijk concert van de vele vogels die van een wintervakantie terug gekomen zijn. Maar is de lente wel zo leuk voor de dieren? Ik beperk mij tot de hazen. Prachtige dieren.  Maar wat een ellende is het begin van de lente.

Rustig  zit ik door mijn verrekijker de prachtige natuur in de Putterpolder te bewonderen. Plotseling valt mijn oog op een aantal hazen. Zijn ze samen aan het spelen? Het lijkt er in eerste instantie wel op. Tot ze dichterbij komen. Twee rammen zitten een moertje achterna. Het arme vrouwtje weet niet waar ze blijven moet. Ze springt naar links en dan weer naar rechts. Maar de  mannen gunnen haar geen uitwijkruimte. Ze wordt klem gedreven in een hoek van een weiland. Er is geen hek. Maar om de weide zijn sloten. Het moertje ziet geen uitweg en wil over de sloot heen springen. Dat moet ze bekopen met een natte vacht. De mannen bedenken zich twee maal voor ze de sprong wagen. Maar bij het aanzien van de natte vrouw, nemen ze samen het besluit haar te laten gaan.

De moer is de weg over gerend. Net voor een auto langs. Ze verdween aan de andere kant van de dijk.

Ja, ook dat is lente.

Hoe denkt u/jij over de lente en haar kriebels? Schrijf eens op in het gastenboek. Kunt u/je je bevinding delen met andere.