Weet je dat

Weet je dat

Bruine kikker.

Het dier komt uit de familie van echte kikkers. Het is ook één van de bekendste soorten, een algemene soort. We kunnen de bruine kikker vinden in bossen, op de heide, in graslanden en in de duinen. Als er tenminste vochtige plekken of plasjes aanwezig zijn. Dit is nodig, omdat de kikker daarin kan schuilen. Daarom zal je hem ook niet snel in droge gebieden tegen komen. Toch is de kikker niet volledig afhankelijk van water en vind je hem ook op het land. Maar in de wintermaanden en tijdens de voortplanting is hij wel afhankelijk van het water.

De bruine kikker is een vrij grote kikker. Wat gedrongen, met een grote, platte kop en een redelijk stompe neus. De gemiddelde lengte van de man is tot 10 cm. De vrouwtjes worden wat groter, 11 cm.

De bruine kikker, u raad het al, is (bijna) altijd bruin. Het vrouwtje kan iets meer rood/bruin zijn. Maar het is in de kikkerwereld niet vreemd als je een wat afwijkende kleur of tekening hebt. Opvallend is de grote donkerbruine driehoekige vlek , die van de neusgaten over het oog naar de bovenzijde van de voorpoot gaat. In die vlek zit het trommelvlies. Doordat het dezelfde kleur heeft, zie je hem moeilijk. Het trommelvlies is ongeveer ¾ van de diameter van het oog. Zijn bovenlip heeft vaak een lichtere streep. En op de bovenzijde van zijn rug zijn twee huidplooien zichtbaar. Achterpoten hebben donkere banden, maar dat is niet altijd even duidelijk te zien.

Net als bij de heide kikker, verkleurd ook de bruine kikker tijdens de voortplantingsperiode.

De kikker heeft zeer lange tenen, vijf aan elke voet. Daartussen zitten zwemvliezen. Bij de vier tenen aan de voorpoten zitten geen zwemvliezen. De bruine kikker heeft iets waar we niet zoveel over horen, hij heeft een metatarsusknobbel, een kleine zachte graafknobbel op zijn achterpoot, veel kleiner dan

 

de helft van de 1e teen. Dit is een uitstulping aan de achterijde van de binnenste teen aan de achterpoot.  

 

De bruine kikker is na de winter de eerste kikker die de ei-klompen afzet. Dat afzetten gebeurd tus sen 1 en 3 dagen. Daar heeft de kikker ook reden toe, want gezien de weersomstandigheden in die periode en de algengroei in het water zijn cruciaal bij de start van de eieren. Het afzetten gebeurd ’s nachts. Het vrouwtje zet dan één klomp af met wel 700 tot 4500 eitjes. Elk eitje heeft een doorsnee van zo’n 1,7 tot 2,8 mm. Na 2 of 3 weken komen de eitjes uit. De kleine kikkervisjes zijn dan ongeveer 4,5 cm. Van het kleine donderpadje ondergaat het een ware metamorfose. Eenmaal een kleine kikker, verlaten ze de waterplas. Eerst blijven ze nog wat bij elkaar. Maar uiteindelijk zullen ze een solitair leven leiden en alleen tijdens de voortplantingsperiode weer bij elkaar komen.  

 

De trek van de bruine kikker komt al half februari op gang. Maart april is de paartijd voorbij en gaat de bruine kikker genieten van de zomer. Bruine kikkers, maar ook andere kikkers, zijn honkvast en zullen bij de volgende voortplantingsperiode samen weer verzamelen voor een nieuwe generatie. Dan zitten de mannetjes weer in een groep bij elkaar. Hun witte kelen goed zichtbaar, omdat ze allemaal richting de zon kijken. Dan beginnen ze zacht te kwaken. Ze hebben geen uitwendige kwaakblaas, maar inwendige kwaakblazen. Daardoor komt het geluid van de bruine kikker niet ver. Het lijkt wat op het spinnen van een poes.

Een bruine kikker kan uiteindelijk de leeftijd van 8 jaar bereiken. 


 

Jacobsladder

 

Wat is dat en waar komt de naam vandaan?

 

Waar het vandaan komt hebben we vast wel eens gehoord. Uit de bijbel. Jacob was op de vlucht voor zijn tweelingbroer Esau. Op een nacht kreeg Jacob een droom. Een ladder vanuit de HEMEL daalde neer. En engelen daalden af en weer opklommen. Dat kun je lezen in het Bijbelboek Genesis 28: 12.

Maar wat kennen wij ook de Jacobsladder in de natuur? Wat is dat?

Dat is zonlicht dat achter de wolken vandaan komt. De zon is dan niet zichtbaar, maar haar stralen wel. Er ontstaat een schijnwerpereffect, een bundel.

Zelf zeg ik vaak, en niet spottend bedoeld, dat is een plaats waar GOD op ons neer ziet.

Het is een prachtig gezicht als zo’n bundel licht als een waaier over het land uitstrekt. Er omheen lijkt het dan ineens erg donker.

Als je de avondzon ziet zakken en er zijn wolken aan de hemel, kijk dan maar eens of je zelf ook een Jacobsladder kunt waarnemen. Neem wel je fotocamera mee, want voor je het weet is de zon onder en moet je wachten tot een volgende ladder. Veel plezier allemaal.

 

 


Terugkeer van de mus

Schreef ik pas geleden nog dat de mussen, die voorheen met grote getale in mijn tuin zitten, allemaal verdwenen waren. Nog niet eerder heb ik dit mee gemaakt. Er hangen in de winter zaadbolletjes en speciaal voer voor wilde vogels, pinda’s enz. De mussen zijn daar gek op en eten de hele winter van het voedselaanbod in mijn tuin. Ook deze winter is er weer voldoende voedselaanbod voor deze dieren. Blijft de vraag waarom de mussen massaal verdwenen waren, omgeruild voor vinken.

Het is 6 januari 2015. Aan een zaadbolletje hangt een vogel. De zon schijnt, het is koud. De vogel valt me op. Ik bekijk het diertje eens van wat dichterbij. Is dat een mus? Het wippende staartje, de dikke snavel. Het is een mus! Wat ben ik blij weer een mus te zien. Wel is het aantal mussen in mijn tuin erg schaars. Ze laten zich ook niet vaak zien.

Het valt tevens op dat ook de andere vogelsoorten minder of niet meer in mijn tuin voorkomen. Nu zegt dat niets over de soort. We hebben te maken met zachte tot soms zeer zachte weersomstandigheden. Daar moet je dan ook sterk rekening mee houden.

Zaterdag 17 en zondag 18 januari a.s. is de nationale tuinvogeltelling. Het blijft erom spannen. Zal ik dit jaar weer evenveel vogels in mijn tuin tellen als voorgaande jaren? We wachten het af. Want net als het verdwijnen van de mussen, kunnen er zo maar weer andere vogels in je tuin opduiken.

Het wonder dat natuur heet. 

 

Waarom zou ik dat zeggen?

 

 

Tot voor kort waren er tientallen mussen in mijn tuin te bewonderen. Een heleboel herrie in de tuin van Gerrie. Heerlijk, want wees eerlijk, of de mus nou bruin, lelijk of wat wij er ook van vinden, hij is allerminst saai te noemen. Eigenwijze vogeltjes die niet snel het brood onder hun snavel weg laten pikken. Maar sinds de eerste nachtvorst, al was het maar 2 graden, zijn alle mussen als sneeuw voor de zon verdwenen. Wat ik ook aan voer op het plankje leg, geen mus meer te zien. Daarvoor in de plaats zijn er voor het eerste jaar vele vinken voor terug gekomen. Ja hoor ik u zeggen, dat is toch een veel mooier vogeltje? Alleen zijn kleuren al. En dan zijn liedjes. Nou, geef mij de vink maar hoor. Ik ben het met u eens, vinken zijn sierlijke vogels. Maar toch mis ik mijn mussen. Het blijft een raadsel. Waar zijn ze nou zo plotsklaps gebleven? Tot de tijd dat er weer een mus zal verschijnen, zal het raadsel blijven bestaan. 

 

 


Het voorjaar kriebelt.

Waar hebben wij nu zin in? Ik hoef het niet te vragen, De lente natuurlijk. Want alles loopt weer uit. Bloemetjes in de tuin, jonge dieren, lammetjes in de wei En in de natuur is het een vrolijk concert van de vele vogels die van een wintervakantie terug gekomen zijn. Maar is de lente wel zo leuk voor de dieren? Ik beperk mij tot de hazen. Prachtige dieren.  Maar wat een ellende is het begin van de lente.

Rustig  zit ik door mijn verrekijker de prachtige natuur in de Putterpolder te bewonderen. Plotseling valt mijn oog op een aantal hazen. Zijn ze samen aan het spelen? Het lijkt er in eerste instantie wel op. Tot ze dichterbij komen. Twee rammen zitten een moertje achterna. Het arme vrouwtje weet niet waar ze blijven moet. Ze springt naar links en dan weer naar rechts. Maar de  mannen gunnen haar geen uitwijkruimte. Ze wordt klem gedreven in een hoek van een weiland. Er is geen hek. Maar om de weide zijn sloten. Het moertje ziet geen uitweg en wil over de sloot heen springen. Dat moet ze bekopen met een natte vacht. De mannen bedenken zich twee maal voor ze de sprong wagen. Maar bij het aanzien van de natte vrouw, nemen ze samen het besluit haar te laten gaan.

De moer is de weg over gerend. Net voor een auto langs. Ze verdween aan de andere kant van de dijk.

Ja, ook dat is lente.

Hoe denkt u/jij over de lente en haar kriebels? Schrijf eens op in het gastenboek. Kunt u/je je bevinding delen met andere.